Boeddhisme: religie zonder God?

0
15

Kan God nog? De verleiding is groot om te antwoorden dat deze vraag niet van toepassing is op het boeddhisme. Boeddhisme is een van de grote religies in de wereld, maar is het ook een godsdienst?

De Boeddhistische Unie van België heeft in 2006 de erkenning aangevraagd als niet-confessionele levensbeschouwing. Waarom dienen ze deze aanvraag niet in als eredienst? Op wat baseren tientallen verenigingen die actief zijn in België zich om dat niet te doen? Er zijn toch ceremoniën, rituelen en leraars in het beoefenen van het boeddhisme? Je kunt moeilijk het begrip God scheiden van het woord geloof. En precies daar ligt het onderscheid tussen de bekendste monotheïstische religies en het boeddhisme.

Een deel van het antwoord is te vinden in de Pali Canon, een corpus van geschriften uit de Theravada, de leer der ouden. Dat is de enige school die een paar eeuwen na de dood van de Boeddha ontstond en die nog altijd bestaat. Het zijn teksten die stammen uit de vroegste periode van het boeddhisme. Ze geven gesprekken tussen de Boeddha en zijn volgelingen weer.

Een verhaal als antwoord

De dorpelingen uit Noord-India, de kalama’s, vroegen aan de Boeddha: ‘Wie moeten we geloven? Leraren komen en zetten hun eigen leer uiteen. Er ontstaat bij ons onzekerheid. Wie moeten we geloven?’ (Anguttara-Nikaya uit de Vinaya-Pittaka, AN I 188-93). De Boeddha antwoordde: ‘Ga niet af op mondelinge traditie, op horen zeggen, op de overlevering van heilige geschriften, op een theorie, op de schijn van bekwaamheid van een leraar. Maar als je deze dingen op je neemt, in de praktijk brengt en ze leiden tot heil en tot geluk, weet je dat je ze mag aannemen.’

Ga niet af op mondelinge traditie, op horen zeggen, op de overlevering van heilige geschriften, op een theorie, op de schijn van bekwaamheid van een leraar.

Een ander verhaal (uit de Alagaddupama-Sutta, MNI 134-135) dat opmerkelijk is voor de manier waarop de Boeddha zijn toeschouwers inspireerde, vertelt hoe hij de dharma – de leer – vergelijkt met een vlot. Hij spoort zijn toeschouwers aan om het vlot te gebruiken om de rivier over te steken. Maar eens aan de overkant van het water, instrueert hij om het vlot daar te laat staan. ‘Het heeft geen zin om het vlot op je rug te dragen om verder te stappen,’ zegt de Boeddha, ‘laat het staan voor de anderen.’

De dharma is dus geen blindelings geloof. Het is geen theorie, maar een praktijk. Het zijn de effecten van deze praktijk die haar geldig maken. De dorpelingen worden aangemoedigd om hun verantwoordelijkheid te nemen, om zelf te beslissen of ze iets moeten geloven of niet.

Dat wekt op het eerste gezicht de indruk dat boeddhisten vrij zijn, geen heilig boek en geen richtlijnen hebben. Maar het tegendeel is waar. Natuurlijk zijn er grenzen aan deze praktijk en die brengen hen terug naar hun eigen verantwoordelijkheid. Er is inderdaad geen autoriteit die zegt wat mag en niet mag, welke geschriften of welke goeroe gevolgd mag worden.

Atheïsme à la carte?

Het boeddhisme zou het boeddhisme niet zijn zonder bepaalde belangrijke thema’s die in alle tradities terugkomen. De realiteit van het lijden – dukkhain het sanskriet, de klassieke taal van de oude Indiërs waarin zij de Veda’s schreven – de vergankelijkheid, de leegte – sunjata – het beschermen van alle levende wezens en het begrip karma. De praktijk is ingebed in een algemeen filosofisch kader dat aan de basis ligt van uitwisselingen, debatten, interpretaties en een rijkdom aan scholen.

Boeddhisme is een spiritualiteit met rituelen, ordinaties, toewijding, liturgieën en een geestelijke levenshouding.

Een van de belangrijkste vooroordelen in het Westen is dat boeddhisme een moderne atheïstische religie is. Het is aantrekkelijk te laten geloven dat deze religie ‘à la carte’ beoefend kan worden. Niets is minder waar. Boeddhisme is een spiritualiteit met rituelen, ordinaties, toewijding, liturgieën en een geestelijke levenshouding. In België kun je op meer dan honderd verschillende plaatsen – sangha’s– terecht waar het boeddhisme beoefend wordt. In diesangha’swordt er geoefend, teksten gereciteerd en bestudeerd, en gemediteerd.

De laatste woorden van de Boeddha (Uit de Parinirvana, Digha-Nikaya, DN II 156) waren: ‘Alles is vergankelijk, werk vol toewijding aan je eigen bevrijding.’ Geen belofte van een almachtig wezen of een paradijs als we zijn leer volgen, maar een uitnodiging om zelf aan de slag te gaan. In zekere zin is dit een moderne kijk op levensbeschouwing.

Tekst: Veronique Pochet, zenbeoefenaar, lector boeddhisme en vice-voorzitter van de Boeddhistische Unie van België.
Coverfoto © pixabay rv

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here