Dikke buiken, pampers en spiritualiteit

0
42

Troost, hulp, nieuwe kennis en een vleugje opluchting: dat voelde Gerwinde Vynckier bij het lezen van ‘Een kind beleven’, waarin een bekende gynaecoloog en twee theologen reflecteren over zwangerschap, geboorte en pril ouderschap.

Omdat rustige leesmomenten thuis niet echt voor het rapen liggen, las ik op de trein Een kind beleven. Over kinderwens, zwangerschap, geboorte en pril ouderschap. Een diepzinnig boek dat verrassend vlot las – als een trein, zeg maar. Vermoedelijk had ik meer deugd van de treinrit dan mijn op-hun-smartphone-tokkelende medereizigers. Al is alles gebaseerd op individuele beleving en kun je iemand anders zijn rekening niet maken. Een gedachte die in het boek van Judith Cockx, Annemie Dillen en Bernard Spitz meermaals (indirect) terugkomt.

Wat fijn dat er ook voor dergelijke onderzoeksthema’s nog budgetten te vinden zijn!

Ik heb dit boek over een kinderwens, kinderen krijgen en de rol van zingeving; over controle en loslaten; over de wondere geboorte en over de zorg voor een kind om verschillende redenen gesmaakt. Het boek is gestart vanuit een doctoraatsonderzoek – wat fijn dat er ook voor dergelijke onderzoeksthema’s nog budgetten te vinden zijn! – en vanuit, zoals de auteurs het omschrijven, de ‘eigen Vlaamse, katholieke achtergrond’.

Een doe- en denkboek

De auteurs verzamelden in dit boek inzichten vanuit hun verschillende rollen en dat blijken er heel wat: theoloog, arts, ouder, grootouder, pastor, docent en onderzoeker. Een mooi pallet aan verschillende invalshoeken, me dunkt. Het betreft een ‘doe en denk’-boek: naast analyses en sprekende verhalen, staan er doorheen de tekst op verschillende plaatsen ook suggesties, opdrachten, concrete tips, teksten en gebeden.

Het doet deugd iets ‘diepers’ hierover te lezen, nog eens te worden gewezen op het mysterieuze, het goddelijke en het tegelijk zo broze en kwetsbare van dit alles.

In een tijd waarin zwangerschap en geboorte overheerst worden door hippe babyshowers en babyborrels, doet het deugd iets ‘diepers’ hierover te lezen, nog eens te worden gewezen op het mysterieuze, het goddelijke en het tegelijk zo broze en kwetsbare van dit alles.

Kwetsbaarheid

Het boek omvat de zingeving van heel wat –  zo niet alle – facetten van kinderwens, zwangerschap, geboorte en pril ouderschap. Ik neem uit dit boek enkele praktische tips mee rond kraamkost en dankjewel-schriftjes. Als jonge ouder viel mij bij het lezen echter vooral herkenning, bevestiging en rust te beurt. Zoals bij de stelling van een moeder dat het moeder worden haar leven voller heeft gemaakt en alle beslommeringen soms even wegvallen bij haar kinderen. Als ikzelf thuis kom van een stressy werkdag en mijn oudste kinderen mij bij mijn thuiskomst om de hals vliegen en de jongste mij een stralende glimlach schenkt, denk ik soms letterlijk Foert, allemaal, dit is wat telt!

Dat drie kinderen ook staan voor drie keer zorgen en bezorgdheid, voor drie keer knopen in mijn maag en drie keer extra kwetsbaarheid … daar was ik iets minder op voorbereid.

Een ander interessant punt betreft de ouderschapsparadox tussen zingeving en geluk. En de stelling dat je in een kind iets van Gods glimlach naar ons mensen ziet. Of nog: de kwetsbaarheid als ouder, de kinderen als zwakke plek. Want die berg strijk, het eindeloze opruimen, de korte en onderbroken nachten die per kind toenemen: dat had ik allemaal wel voorzien en neem ik er allemaal wel bij. Maar dat drie kinderen ook staan voor drie keer zorgen en bezorgdheid, voor drie keer knopen in mijn maag en drie keer extra kwetsbaarheid … daar was ik iets minder op voorbereid.

Want ja, wanneer duidelijk werd dat ik eigenlijk op een congres op de luchthaven van Zaventem had moeten zijn ten tijde van de aanslagen (maar ik er niet was omdat ik – omwille van mijn kinderen – besloten had wat later te vertrekken en de inleidende lezing te missen), was mijn eerste gedachte wat er dan met mijn kinderen had moeten gebeuren. Tranen vulden mijn ogen omwille van het gat dat ik zou achterlaten en omdat mijn kinderen zouden opgroeien zonder moeke, niet om het einde van mijn eigen leven op zich.

Verwondering

De centrale spanningsverhouding tussen controle en loslaten is herkenbaar, net als het aspect van verwondering, het wonderlijke ontluikende leven. Dat ervaarde ik niet alleen bij ons eerste kind, maar ook – zo niet nog meer – bij de verwachting en geboorte van ons tweede en derde kind. Hoe leven kon ontstaan uit twee mensen en hoe ons kindje in godsnaam in mijn buik had kunnen passen!

Hoe leven kon ontstaan uit twee mensen en hoe ons kindje in godsnaam in mijn buik had kunnen passen!

Hier en daar werd ik getroffen en aangezet tot nadenken. Zoals bij de beschouwing van een ouder over een kind groot brengen als opdracht van God. Of bij het stuk over de veronderstelde evidentie van biologisch vader en moeder te worden en hoe meer sensibilisering het leed van koppels die het moeilijker hebben, zou kunnen verzachten. Of hoe ouders van een kind met een aangeboren beperking verwijtende blikken krijgen en de vraag of ze dit dan niet op voorhand wisten? Want een kind met een beperking is toch sowieso ongewenst? En dan de vaststelling dat steeds meer bevallingen ingeleid en keizersneden gepland worden zonder medische reden. Dat past nu eenmaal in onze drang naar controle, controle, controle.

Ook een vleugje opluchting bij het stuk rond ‘goed genoeg’-ouderschap: ouderschap dat voldoet maar niet perfect hoeft te zijn. Al voel ik mij even meer dan ‘goed genoeg’ wanneer één van mijn dochters plots met een tedere gezichtsuitdrukking over mijn wang wrijft en lieve moeke zegt.

Kinderen kunnen instant happiness veroorzaken.

Ik ben ervan overtuigd dat al wie die dit boek leest er wel iets uithaalt, gaande van hulp en troost tot begrip en nieuwe kennis. In de inleiding drukken de auteurs de hoop uit dat de lezers tot nieuw denken en handelen worden aangezet. Mij heeft het alleszins nog eens duidelijk gemaakt wat een geluk ons ten deel is gevallen en hoe dankbaar we mogen zijn voor onze drie Godsgeschenken. Of hoe een moeder het in het boek omschrijft: hoe kinderen instant happiness kunnen veroorzaken en ze een spontane glimlach op mijn gezicht kunnen toveren wanneer tijdens de dag mijn gedachten naar hen afdwalen.

Gerwinde Vynckier: ‘Wandelend, een kind aan elke hand en de jongste dragend op mijn buik, voel ik me het sterkst, maar ben ik tegelijk ook het zwakst en kwetsbaarst.’

En zo gaan we weer wat meer geïnspireerd verder op onze tocht. Want wandelend, een kind aan elke hand en de jongste dragend op mijn buik, voel ik me het sterkst, maar ben ik tegelijk ook het zwakst en kwetsbaarst. Gelukkig is er dan nog de steun en draagkracht die ik kreeg vanuit mijn ouderlijk nest en uiteraard van mijn man en ons ijzersterk (Gods)verbond.

Gerwinde Vynckier is doctor in de criminologische wetenschappen. Ze is moeke van twee dochtertjes van 4 en 2 jaar en van een zoontje van bijna 6 maanden. 

Lees ook het interview met Judith Cockx!
Foto’s © Gerwinde Vynckier

 

Judith Cockx, Annemie Dillen en Bernard Spitz, Een kind beleven. Over kinderwens, zwangerschap, geboorte en pril ouderschap, Acco, Leuven, 2017.

Judith Cockx is wetenschappelijk medewerker aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Als pastor in het Psychiatrisch Ziekenhuis Duffel (Emmaüs) begeleidt ze mensen in hun zoektocht naar zin.

Annemie Dillen is hoogleraar aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven en voorzitter van de Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal.

Bernard Spitz is hoogleraar aan de KU Leuven en is als vrouwenarts verbonden aan UZ Leuven. Zijn interesse gaat uit naar risicozwangerschappen. Hij schreef meerdere boeken over het verlies van een prille zwangerschap en het geluk om zwanger te zijn en mama te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here