Gekkenwerk. Kleine ondeugden voor leraren

0
146

Een deugdzaam boek schrijven over ondeugden… hoe doe je dat? In Gekkenwerk (what’s is a name?) kom je het te weten.

Feilbare mensen

Onze wereld blijft perfectie eisen. Dat is een bron van nogal wat stress en zelfs burn-out. Moraaltheoloog en Levinaskenner Roger Burggraeve en zorgethicus Linus Vanlaere schreven daarom enkele jaren geleden zowaar een ‘ondeugdenboek’ voor mensen in de zorgsector.

Hulpverleners en mantelzorgers maken veel kans op een dubbele perfectie-eis: die aan zichzelf en die vanuit hun cliënten. Dat kan echt niet. Daarom kozen de auteurs voor de titel Gekkenwerk: normale mensen zijn niet volmaakt en van perfectionisme word je gek. Vandaar het pleidooi voor de ‘ondeugden’ die hulpverleners best koesteren. Niet alleen omdat dit een veel realistischer beeld van de zorg mogelijk maakt, maar vooral omdat we feilbare mensen zijn.

Ze passen dit recept nu toe op leerkrachten. Voor hun schrijfwerk haalden ze er deze keer ook Nathalie Janssens de Bisthoven bij. Zij is voormalig leraar en oprichter van Ignited, een organisatie die het welbevinden en leiderschap in het Belgische onderwijs wil versterken.

Woede, antipathie en milde hypocrisie

Niet perfect zijn en ondeugden cultiveren: dat is gesneden koek voor ere-rector Rik Torfs die deze boodschap al jaren met verve uitdraagt. Hij was dan ook de hoofdspreker bij de presentatie van dit werk in Kortrijk. Torfs: ‘Hier geen lofprijzingen voor de ideale leraar. Wel staat in het boek dat iemand zich nu en dan woedend mag voelen. Hij mag ook twijfelen en ongehoorzaam zijn. En een zekere middelmatigheid is geen ramp.’

Door antipathie te (h)erkennen kun je er ook overheen stappen. Als je dat niet doet, onderdruk je onderliggende gevoelens en dat verhinder je om in een respectvolle houding te geraken

Torfs vindt het heerlijk dat je iemand best antipathiek mag vinden. Natuurlijk houden de auteurs geen pleidooi voor het ongebreideld botvieren van ondeugden. Wel geven ze aan hoe er plaats moet zijn voor deze gevoelens en hoe je er op die manier ook mee leert omgaan. Erkennen van het (klein)menselijke in elkaar, daar gaat het om. Zo noemen ze antipathie ‘een hefboom voor respectvol leraarschap’. Door antipathie te (h)erkennen kun je er ook overheen stappen. Als je dat niet doet, onderdruk je onderliggende gevoelens en dat verhinder je om in een respectvolle houding te geraken.

Met een heleboel woordspelingen brengen de auteurs de ondeugden telkens naar een ander niveau. Roddelen bijvoorbeeld kan een louterende functie hebben en ten dienste staan van wat de auteurs een ‘milde hypocrisie’ noemen: wat je in de roddel zegt, hoef je niet in het gezicht van de ander te gooien, want dat maakt de zaken alleen maar erger. Als je je frustratie in een roddel kwijtraakt, kun je wellicht milder omgaan met de ander.

Kleine goedheid

Je merkt: de kleine ondeugden niet ontkennen en de energie die erin zit ombuigen naar een realistische en respectvolle omgang met de ander is de rode draad van het boek. Zo kom je uit bij de bekende ‘kleine goedheid’ van Levinas. Die Levinasiaanse inspiratie doordrenkt het hele betoog. Niet blijven staan bij het gezicht – het oppervlakkige van ‘de eerste indruk’ -, maar het ware gelaat bij elkaar zien. Het accent ligt op ‘in relatie blijven met elkaar’, maar dan wel op een haalbare manier. De invalshoek is door en door ethisch. En daarmee is het ondanks de titel toch een deugdzaam boek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Linus Vanlaere, Roger Burggraeve en Nathalie Janssens de Bisthoven, Gekkenwerk. Kleine ondeugden voor leraren, Lannoo, 2017.

Tekst: Johan Van der Vloet

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here