Geloven of niet: de nieuwe kloof in de samenleving?

0
63

‘”En? Heb je God al gevonden?” Toen ik begon te schrijven aan een reeks artikelen over de retour van religie in onze samenleving, kon ik me niet in de koffiehoek van de redactie vertonen zonder dat iemand me die vraag stelde. Steevast met een brede smile erachteraan, want God en godsdienstigheid: dat was iets om mee te lachen, toch? En een redacteur die daar ruim een halfjaar lang stukken over zou schrijven, bij uitbreiding ook.

Die wegwuiverige houding tegenover religie mag dan bon ton zijn onder de hoogopgeleide en goedverdienende erfgenamen van de sixties die wij, makers van deze krant, en u, lezers ervan, zijn. Maar ze heeft ons opgezadeld met een forse dode hoek op de wereld. Want het eerste wat ik merkte, toen ik de straat opging om te kijken hoe het God in de nadagen van de jaren zestig was vergaan, was dat hij, anders dan waar Nietzsche en wij op hadden gerekend, niet dood was. Bijlange na niet.’

God en godsdienstigheid: dat was iets om mee te lachen, toch?

Dit citaat van De Standaard-journaliste Hilde Van Den Eynde is tekenend voor de manier waarop we vandaag in de rats zitten met God. Ook Lisbeth Imbo spreekt elders in dit dossier haar verwondering uit dat geloof in God als passé of not done wordt beschouwd.

In het onderzoek naar De Grote Levensvragen geeft een flinke 24 procent van de respondenten aan dat het bestaan van God voor hen een levensvraag is waar ze regelmatig mee bezig zijn. God speelt voor de meeste mensen in Vlaanderen geen grote rol meer, tenzij bij de moslims. Voor hen is dit een van de voornaamste levensvragen. Dat laat zich ook in de cijfers zien: 20 procent van de respondenten zegt te geloven in God en 60 procent is ervan overtuigd dat Hij niet bestaat. Bij de moslims gelooft 98 procent in God.

Vlaanderen scoort samen met Nederland het laagst op godsgeloof, dit in immens contrast met de rest van de wereld.

Hilde Van Den Eynde ziet in haar genoemde zoektocht dat het geloof van kleur verandert: de meerderheid van de migranten zijn namelijk christenen en die bevolken de kerken, vooral in de grote steden. De Duitse socioloog Hans Joas noemt hen de ‘migratiechristenen’. Moslims kunnen er maar moeilijk bij dat de meeste mensen hier bij ons niet in God geloven. Omgekeerd vindt de autochtone bevolking hun hoge graad van geloof vreemd. Vlaanderen scoort samen met Nederland het laagst op godsgeloof, dit in immens contrast met de rest van de wereld. Volgens een studie van Gallup International in 2015 is namelijk 63 procent van de wereldbevolking religieus. Die groep blijft bovendien aangroeien en het onderzoeksbureau verwacht geen daling – eerder een toename – omdat in Afrika en Azië met name jongeren religieus blijven.

Dat is uiteraard ooit anders geweest. Zelfs aan het begin van dit millennium zei nog ruim 60 procent van de bevolking in God te geloven. Dat dit aantal zo snel afnam, heeft vooral te maken te hebben met de afkeer van religie die vooral de Belgen eigen blijkt te zijn. Het vertrouwen in godsdiensten is in ons landje erg laag. Wellicht zorgt dat er ook voor dat God als het spreekwoordelijke kind met het badwater wordt weggegooid.

Geloven in God maakt plaats voor een soort cultiveren van het niet weten.

Toch is er meer. Het lijkt alsof we in onze streken niet meer in God kùnnen geloven. Ons dossier heet dan ook ‘Kàn God nog?’ Voor ons boek De Grote Levensvragen vroegen we bekende Vlamingen of ze wel of niet in God geloven. In hun antwoorden stootten we toen ook al op die lastige kwestie. Geloven in God maakt plaats voor een soort cultiveren van het niet weten. We zien wel openheid voor het ondoorgrondelijke aspect van de werkelijkheid en van het leven. Tegelijk huiveren velen om daar een naam op te plakken. Dirk De Wachter noemt het ‘non theïsme’. Het verklaart wellicht ook de sympathie voor het boeddhisme waar het onkenbare centraal staat.

De groeiende groep atheïsten gaat daarin nog een stap verder: ze wijzen net omwille van die onkenbaarheid God af. Een bepaalde interpretatie van wetenschap speelt daarin ongetwijfeld een grote rol: wat niet kenbaar is, bestaat niet. Ook zeker niet te onderschatten: voor veel mensen is de confrontatie met lijden en dood een reden om het bestaan van een goede God te ontkennen.

We stoten in deze analyse op een onderschatte maar cruciale kloof in de samenleving: die tussen moslims en niet moslims, maar ook tussen de christelijke migratiebevolking en de autochtone Vlamingen. Onze plaatselijke neiging om de rol van godsdienst te onderschatten wordt wereldwijd tegengesproken. Door meewarig te doen over geloof in God missen we een cruciaal element van onze menselijke identiteit.

Godsgeloof ernstig nemen is een essentiële voorwaarde om multicultureel samen te leven.

Uiteraard valt God niet te bewijzen. Toch speelt Hij een grote rol in het leven van zeer veel mensen, ook in onze samenleving. Godsgeloof ernstig nemen is daarom een essentiële voorwaarde om multicultureel samen te leven. Het is belangrijk dat we openstaan voor de waarde van geloof en voor hoe dat voor vele mensen een bron van zingeving en veerkracht kan zijn. Gelovigen kunnen dan weer in dialoog met andere levensbeschouwingen zichzelf bevragen en uitzuiveren. Op die manier leren gelovigen, ongelovigen en tussengelovigen van elkaar en worden ze uitgedaagd om hun eigen standpunten te bevragen en uit te zuiveren.

Dat geeft de samenleving niet enkel meer rijkdom. Het werkt ook preventief tegen fundamentalisme van beide kanten. Bram Kortweg – het autobiografische personage uit Maarten van der Graaffs boek ‘Wormen en engelen’ – drukt het belang van interesse in geloof zo uit: ‘Niet om me te warmen aan nostalgie of om afstand te nemen, laat staan wraak, maar om dichterbij te komen.’

Tekst: Johan Van der Vloet
Coverfoto © thomas.jmdijkhuizen.nl

Lees het volledige MagaZijn-dossier ‘Kan God nog?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here