God als therapeut?

0
138

Waarom voelen we ons pas goed als we in de kerk zijn?’ Dat vroegen Congolese kindsoldaten aan Boris Cyrulnik, de bekendste neuropsychiater van Frankrijk. 

Heftig verleden

Zijn uitstraling wordt nog groter door zijn bijzondere biografie. Boris Cyrulnik is de zoon van joodse ouders die hem tijdens de oorlog in een pensionaat onderbrengen om hem te verbergen voor de nazi’s. Maar op 10 juni 1944 wordt hij in Bordeaux samen met andere joden in een synagoge opgesloten om van daaruit gedeporteerd te worden.

Deze ervaring als kleine jongen – omdat hij jood is, mag hij niet leven – verbijstert hem en doordringt alles wat hij doet.

De kleine Boris ontsnapt aan zijn lot door in het toilet aan het plafond te gaan hangen. Later komt hij in een weeshuis terecht. Deze ervaring als kleine jongen – omdat hij jood is, mag hij niet leven – verbijstert hem en doordringt alles wat hij doet. Boris wordt etholoog en psychiater. Hij werkt als een bezetene: hij doet massaal aan onderzoek en geeft therapie aan kinderen met hechtingsproblemen. Toch zegt hij over zichzelf: ‘Ik ben een slecht voorbeeld van veerkracht.’ De reden: hij werkt, reist en schrijft, maar spreekt niet over zijn traumatische verleden. Ook die ervaring van jarenlang zwijgen tekent hem sterk. Beide leiden tot zijn levenswerk: bestuderen hoe mensen veerkracht vinden.

Betekenis als uitweg uit trauma’s

Voor Boris Cyrulnik is veerkracht een proces waarin een ontwikkeling die verstoord raakte door een trauma weer op gang kan komen, maar dan wel zonder dat je terugkeert naar de pre-traumatische toestand. Dat mensen daartoe in staat zijn, heeft alles te maken met hun zoeken naar zin. Dankzij dat verlangen naar betekenis kunnen ze ontsnappen aan de onmiddellijkheid van indrukken en prikkels uit de buitenwereld. Zelfs de menselijke biologie ontwikkelt zich en functioneert vanuit zingeving.

Als we veilig gehecht zijn, kunnen onze hersenen slechte ervaringen snel compenseren.

Toegang tot die wereld van betekenis krijgen we via onze ouders en andere hechtingsfiguren. Cyrulnik sluit hier aan bij de bekende hechtingstheorie van de Britse psychiater Eduard John Bowlby en verbindt die met neurobiologische inzichten. Als we veilig gehecht zijn, kunnen onze hersenen slechte ervaringen snel compenseren. Bij een onveilige hechting wordt het ongelukscentrum in onze hersenen groter en maken we moeilijk verbinding met het gelukscentrum. Dat proces kunnen we gelukkig wel omkeren. Affectieve relaties zijn hierin heel belangrijk en dat blijft zo gedurende heel ons leven. Daarom is het zo belangrijk dat affectieve banden centraal staan in maatschappij, onderwijs, politiek en relaties.

Veerkracht = expressie + hechting

Veerkracht is voor Boris Cyrulnik dus vooral een relationeel gegeven. Dat brengt hem bij de cruciale rol van de omgeving: hoe ga je als niet getraumatiseerde persoon om met de verhalen van gekwetste mensen? Wijs je hun expressie af? Ga je die pathologiseren, minimaliseren, reduceren of culpabiliseren? Die aanpak komt vaak voor, maar verhindert de ontwikkeling van veerkracht.

Boris Cyrulnik: ‘Een veilige hechting repareert je zowel in je emotionele ervaringen als neurologisch omdat je brein gezondere verbindingen maakt.’

Het kan ook anders, als je ondersteunend en helend reageert. Als iemand overspoeld wordt door angst en pijn, kun je hem helpen om woorden te geven aan wat hij ervaart. Zoeken naar metaforen kan hierbij krachtig werken. Een metafoor ontrukt je aan de onmiddellijke en opdringerige pijn van wat je overkwam en maakt dwars doorheen het trauma een hoopvol verhaal mogelijk. Metaforen stichten midden in het lijden toch zin en transformeren op die manier het lijden. Op die manier voelt de gekwetste mens zich begrepen en bied je een veilige hechting aan. Volgens Cyrulnik ‘repareert’ die veilige hechting de ander zowel affectief – er verandert iets in je emotionele ervaringen – als neurologisch – je brein maakt gezondere verbindingen aan.

Spiritualiteit en veerkracht

Spiritualiteit speelt hierin een belangrijke rol. Volgens Cyrulnik helpt spiritualiteit als geloof in transcendentie om niet overgeleverd te blijven aan het onmiddellijke: ‘Dankzij de transcendentie ga je de wereld anders zien. Dat is een enorme factor van bescherming en affectie. Als we met meerdere mensen samen geloven, ervaren we broederlijkheid en weven we menselijke relaties die ons leven structuur geven.’ Een gezonde spirituele houding geeft ons een gevoel van veiligheid, ze brengt ons in beweging, ze geeft zin aan ons leven en verbindt ons met anderen. Spirituele tradities bieden een schatkamer van metaforen aan om traumatische ervaringen tot expressie te brengen. En dus bevorderen ze veerkracht, tenminste als er tegelijk ook sprake is van een veilige affectieve ervaring. Pas als je je affectief voldoende veilig voelt, kun je veerkracht ontwikkelen.

Een gezonde spirituele houding geeft ons een gevoel van veiligheid, ze brengt ons in beweging, ze geeft zin aan ons leven en verbindt ons met anderen.

Instituten vrezen soms dat deze visie op het geloof als een veilige hechting religie herleidt tot iets functioneels. Om dat misverstand op te klaren, maakt de Zwitserse godsdienstpedagoog Fritz Oser het onderscheid tussen een functie ‘hebben’ en functioneel ‘zijn’. Religie ‘heeft’ wel degelijk een functie in het menselijke bestaan: ze helpt mensen zin geven aan hun lotgevallen. Ze reikt hen metaforen, verhalen en ervaringen aan waarmee ze wat hen overkomt betekenis kunnen geven en in een hoopvol perspectief kunnen plaatsen. Mensen hebben nood aan een breder zingevingsproject en een veilige hechting van waaruit we ook ‘zwaar weer’ kunnen verdragen. Als mensen de ervaring hebben dat ze ergens naartoe gaan, kunnen ze heel wat hebben – en dus veerkracht ontwikkelen. Ongeluk wordt dan als tijdelijk ervaren en een doorgang naar betere tijden. Daarin zit een grote kans voor religies: ze kunnen zich profileren als een overstijgende visie op het leven, als de ultieme veilige hechting die bovendien onze veerkracht kan bevorderen. En nee, dat betekent niet dat religies volledig samenvallen met deze ‘functie’.

God als therapeut

Boris Cyrulnik verdiepte zich in de materie en schreef vorig jaar ‘God als therapeut. Waarom mensen zich hechten aan een god.’ Daarin onderzoekt hij onze behoefte aan geloof. Vanwaar komt die? Tot wat dient ze? Als neuropsychiater geeft hij zijn eigen en tot hiertoe onuitgegeven visie op onze band met religie.

Hij kwam op die idee toen hij geconfronteerd werd met Congolese kindsoldaten. Zij stelden hem de vraag: ‘Waarom voelen we ons pas goed als we in de kerk zijn?’ Het leek hem zeer interessant om dit fenomeen te onderzoeken vanuit de moderne inzichten van de psychologie, de hechtingstheorie en de neurowetenschappen. Hij ontdekt waarom het geloof in een god heil kan brengen en hoe dit binnen een cultuur voor samenhang en verbinding kan zorgen. Tegelijk wijst hij er op dat het mis gaat wanneer wij anderen niet meer vrij laten om hun eigen geloof te beleven en de ander als een vijand zien.

Speciaal aanbod voor MagaZijn-lezers!

Ook geïnteresseerd in wat Boris Cyrulnik schrijft over religie en veilige hechting? Geniet dan van ons unieke aanbod voor jou als MagaZijn-lezer en bestel onmiddellijk je exemplaar van ‘God als therapeut. Waarom mensen zich hechten aan een god.’ met 10% korting en gratis verzending (in de Benelux).

Surf naar www.lannoo.be/god-als-therapeut en gebruik de kortingscode godmagazijn in je winkelmandje. Deze actie is enkel geldig via de webshop van Lannoo tot en met 31 januari 2019. Op = op!

Lees hier een gratis fragment!

Tekst: Ilse Cornu
Foto’s © Johan Van der Vloet

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here