Hoe denken Bekende Vlamingen over geloof en religie?

0
77

Voor het boek De Grote Levensvragen legden we een reeks bekende Vlamingen voor hoe ze over God denken. En wat bleek: over God zijn we nog lang niet uitgepraat. Van geloof over tussengeloof naar ongeloof: hier brengen we de meest treffende citaten.

Anniek Gavriilakis, directeur Bond zonder Naam

‘Ik vertrouw graag op iets dat ons overstijgt, op een soort dragende kracht. Ik geloof ook dat alles op de een of andere manier goed komt. Alles wat je overkomt, kan je helpen groeien. Ik vertrouw er op dat er genoeg mensen van goede wil zijn die elkaar willen ondersteunen. Dat is mijn eenvoudige geloof. Ikzelf heb niet de behoefte om alles te weten. Het mysterie mag het mysterie blijven. Wie beweert de waarheid helemaal te kennen, neig ik niet te geloven, laat staan te volgen.’

Petra De Sutter, gynaecologe en lijsttrekker voor Groen bij de Europese verkiezingen 2019

‘De wetenschap botst op haar eigen limieten. Dus kan er iets daarnaast, daarbuiten of daarboven zijn. Dat God daar aanwezig zou zijn, is perfect mogelijk. Ik twijfel wel sterk aan een persoonlijk ingrijpen. Het boeddhisme heeft mij geholpen om het mysterie te aanvaarden, het niet te verklaren, maar eenvoudig te aanvaarden dat we het niet kunnen weten.’

Anne De Paepe, ere-rector UGent

‘Op een bepaald ogenblik stoot je op iets dat je niet meer kunt verklaren. Ik ben daarin geen expert, maar ik geloof dat iets ervoor gezorgd heeft dat dingen op een bepaald ogenblik in een bepaalde constellatie samenkwamen. Misschien ben ik daarin onjuist, maar dat is mijn waarheid waaruit ik kracht haal.’

Guillaume Van der Stighelen, gewezen reclamemaker en columnist

‘Ik denk wel dat er een collectief bewustzijn is dat ons overstijgt. Je kunt dat ervaren als je met iemand in gesprek bent of terwijl honderd mensen tegelijk zingen. Uit het samenzijn van mensen en uit geestelijke uitwisseling ontstaat iets groters, zowel emotioneel als wetenschappelijk.’

Rik Torfs, ere-rector KULeuven, kerkjurist en columnist

‘Gerard Reve zei: “Bestaan, God heeft dat niet nodig!” Het pure begrip ‘bestaan’ wordt zo ontmaskerd in zijn kleinburgerlijkheid. Elk woord is beperkt. Het woord ‘God’ is onvatbaar, maar ook het woord ‘bestaan’ is wellicht een maatpak dat te klein is voor een God. Wat of wie is God, semantisch gezien dan? Zonder te weten wie of wat hij precies is, geloof ik wel dat Hij bestaat.

Het woord ‘God’ is onvatbaar, maar ook het woord ‘bestaan’ is wellicht een maatpak dat te klein is voor een God.

Als je toch sporen probeert te zoeken van zijn bestaan, dan zie ikzelf in de halsstarrige pogingen om zijn bestaan te ontkennen een belangrijk bewijs. Hoe is het toch mogelijk dat mensen hardnekkig blijven proberen om het bestaan van God te ontkennen? Wat bezielt hen? Waarom die vraag blijven stellen? Als Hij niet bestaat, kan dat toch geen probleem zijn? Maak je toch niet moe over het onbestaande! Geen enkel bewijs is sluitend. Ook een sluitend bewijs zou een beperking van God zijn. Dat is een veronderstelling die te ver gaat.’

Dirk De Wachter, psychiater

‘Ik ben een non-theïst in de Spinozaanse zin: ik zie het goddelijke als een kosmisch onbegrijpelijk gegeven. Ik ben geen filosoof, alleen maar een belezen psychiater met veel respect voor tradities en rituelen, en voor wat onze cultuur heeft opgebouwd in de loop der eeuwen. Ik denk daarbij zowel aan de Grieks-Romeinse lijn, de Verlichting als de christelijke beschaving. Ik vind het heel raar om dat weg te gooien en wil dat dus ook niet doen.’

Johan Braeckman, filosoof UGent

‘Ik ben ongelovig, alleen al omdat het bestaan van een God zo extreem onwaarschijnlijk is. Vrijwel iedereen is ongelovig ten aanzien van de honderdduizenden goden die ooit door de mensheid zijn bedacht. Niemand gelooft nog in Zeus of Wodan. Als atheïst ben ik gewoon één god verder gegaan in mijn ongeloof. Eigenlijk lijkt me dat vrij eenvoudig, maar het heeft belangrijke consequenties voor bepaalde thematieken. Als tiener heb ik een tijd in God geloofd, maar dat is langzaam verdampt.

Niemand gelooft nog in Zeus of Wodan. Als atheïst ben ik gewoon één god verder gegaan in mijn ongeloof.

De figuur van Jezus vond ik als kind inspirerend en soms ervaar ik die inspiratie nog. Uit interesse heb ik historische studies over Jezus gelezen. Daardoor viel zijn goddelijkheid voor mij weg. Uiteraard blijft ook het vraagstuk van het kwaad in de wereld een struikelsteen om te geloven. Ik heb het geloof nooit gemist, ik betreur niet dat ik het verloren heb, eerder integendeel. Ik heb er geen moeite mee om zin te vinden als atheïst. Met het bestaan van God, of liever met de redenen waarom mensen geloven in dat bestaan, ben ik al vele jaren professioneel bezig. Er is niets dat mij doet denken dat er toch Iets is.’

Jean Paul Van Bendegem, filosoof VUB

‘Ik koester de overtuiging dat – net als wetenschap – ook taal meer kan doen dan wat ze doet. Ze kan waarheid uitdrukken, maar nooit volledig. Daarom ben ik vrijmetselaar: ik heb een diepe nood aan rituelen. Ons bestaan is doortrokken van een diep geheim: dat is het onuitdrukbare, dat wat overblijft, het mysterie. Net als mystici kunnen ook atheïsten op het punt komen dat hun betoog overgaat in kunst, dans, ritueel, poëzie of symboliek.

Hoe kun je nu weten dat God niet bestaat? Natuurlijk kan ik dat niet weten! Eigenlijk beschouw ik atheïsme ook als een geloof. Die visie gaat namelijk ook samen met zinvragen, met verlangens, wensen en hoop. In mijn visie zit niets dwingends. Ik heb respect voor gelovigen. Als mensen nagedacht hebben en ze komen na reflectie en ervaringen tot de conclusie dat er Meer moet zijn, dan is dat volkomen legitiem. Ik wil wel discussiëren en luisteren. Ik heb graag dialoog en interactie over die onderwerpen.’

Wijlen Frans Goetghebeur, gewezen voorzitter Boeddhistische Unie van België

‘Godsdienst betekent dienst en gehoorzaamheid aan een God van wie mijn bestaan afhankelijk is. Die afhankelijkheidsrelatie bestaat absoluut niet in het boeddhisme. Het boeddhisme geeft raadgevingen die universeel zijn. Het is niet de bedoeling om Boeddha te aanbidden. Ik voel meer voor een terminologie als ‘het Absolute’, of ‘de Stralende Leegte’ of ‘Bewuste Aanwezigheid’. Die woorden worden gebruikt in boeddhistische, oosterse, soefistische en andere mystieke, ook westerse tradities, zoals bijvoorbeeld bij Meister Eckhart.

Het is niet de bedoeling om Boeddha te aanbidden.

Ik voel me in alle wijsheidstradities thuis. De liefde die de coherentie in ons universum garandeert, wordt in alle tradities en talen beschreven. Liefde is dus niet die ruilhandel tussen twee mensen die meestal gebaseerd is op het communiceren van noden. Het christelijk geloof zegt dat God Liefde is. Zoiets kan ik wel volgen.’

Zuster Jeanne Devos, oprichter van The National Domestic Workers Movement en in 2005 genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede

‘Ik ben God op het spoor gekomen in het aanraken van mensen die lijden. Hij is er, maar durf hem geen vader noemen tegen die kinderen die allesbehalve een vader gehad hebben die ze God kunnen noemen! Het woord ‘God’ gebruik ik weinig, alles is een uiting van wat ons overstijgt. Ik zeg graag ‘De Weg’, een zoeken naar ‘Ik Zal Er Zijn’. Dat is een heel andere God dan diegene die alles ziet.

Het woord ‘God’ gebruik ik weinig, alles is een uiting van wat ons overstijgt.

Ik heb me in het bewegingsleven heel vaak afgevraagd: ‘Waar zijt Ge nu? Toon me U nu en leg mij woorden in mijn mond!’ Achteraf merk ik dat bepaalde dingen mij ingegeven zijn. Vroeger was mijn geloof een half uur bidden en een half uur meditatie. Nu is dat doorlopend, een dagelijkse mystiek, een voortdurende verbondenheid.’

Khalid Benhaddou, imam in de Gentse El Fath-moskee en coördinator van het netwerk islamexperten

‘Allah is voor mij de God die dichtbij is. Je kunt zelf bepalen hoe ver of hoe nabij Hij is. Hoe meer spirituele oefeningen je doet, hoe dichterbij je hem kunt ervaren. Onze traditie toont een aantal manieren hoe je verbinding kunt maken en hoe je God kunt zoeken, bijvoorbeeld door vijfmaal per dag te bidden. God vind je niet enkel in aanbiddingen of gebeden die zijn voorgeschreven, maar ook als inspiratie in alles wat je doet.’

Johnny De Mot, pastoor in Brussel

‘God zegt: “Johnny, gij zijt niet alleen.” Daar komt ook troost bij tijdens zware tijden. Ik ben geen spontaan vreugdevol man, toch ken ik wel een diepe vreugde die ook in verdriet aanwezig kan zijn. Ik vind vreugde zeer belangrijk, daarnaast ook een gevoel van aanvaarding in een gemeenschap, in een viering of in het werk. Daar kan ik een diep moment van Aanwezigheid ervaren. Natuurlijk zijn er periodes – die soms maanden kunnen duren – waarin ik me afvraag: God, waar ben je? Dan is God op vakantie, op sabbat.’

Tekst: Ilse Cornu

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here