Jurist en mediaprofessor Leo Neels: ‘De overheid hoort niet thuis in de intimiteit van een relatie’

0
92

Hoe kijkt jurist en mediaprofessor Leo Neels naar de thematiek van verplichte anticonceptie? Hij is kritisch voor bepaalde tendenzen in de media en vraagt zich af of het wel wenselijk is dat het recht zich met deze kwestie moeit.

Professor Neels, de discussie over verplichte anticonceptie haalde onlangs verschillende keren de media. Wat valt u daarbij op?

Die discussie wordt – zoals vele andere vandaag – te populistisch gevoerd. Neem nu het debat in ‘De Afspraak’ met Valerie Van Peel. Als OCMW-voorzitter heeft zij veel ervaring met schrijnende gezinstoestanden. Haar gesprekspartner was een vrouw die geboren werd uit verslaafde ouders. Zij haalde met een emotionele tweet de media, ook al heeft zij inhoudelijk niets te vertellen. Toch wordt zij in ‘De Afspraak’ meteen tot experte over verplichte anticonceptie gebombardeerd. Terwijl iemand die misschien een hele bibliotheek over het onderwerp heeft gepubliceerd, genegeerd wordt.

Dat vind ik beschamend voor een openbare omroep die zich beroept op kwaliteit. Ga liever op zoek naar echte deskundigen die de zaak kunnen objectiveren en vanuit diverse perspectieven kunnen bekijken. Laat emotie niet de hoofdrol spelen bij selectiecriteria voor wie je uitnodigt naar een gesprek. Emotie mag er uiteraard zijn, maar in dit soort debatten moet je streven naar sereniteit en zorgvuldige journalistieke behandeling.

De kernvraag van het debat was of de overheid in extreme gevallen de mogelijkheid moet krijgen om zwangerschappen te voorkomen. Dan denken we aan situaties waarin je met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunt voorzien dat een kind in een uitzichtloze toestand terecht komt.

De premisse is: nee, de overheid hoort niet thuis in de intimiteit van een relatie. Een andere even principiële invalshoek gaat over het belang van het kind. Moeten we het normaal vinden dat baby’s geboren worden met een verslavingsproblematiek? Met de quasi zekerheid dat ze terechtkomen in een milieu waarin het kind geen goede opvoeding kan krijgen? Dankzij ons intensief sociaal beleid kennen we dergelijke gezinssituaties goed. Bijna zonder uitzondering gaat het dan om samenlopende risicofactoren: een ongelukkige jeugd, armoede, weinig opleiding, werkloosheid, weinig sociale vaardigheden.

Als voorzitter van het OCMW ziet mevrouw Van Peel dagelijks zulke schrijnende toestanden. Zij heeft als taak om oplossingen te zoeken voor deze mensen in nood. In extreme gevallen moet je zeer waarschijnlijk de premisse ’geen overheidskwestie!’ schenden. Dan wordt het probleem: hoe regelen we deze situaties?

Inderdaad: hoe regelen we deze situaties dan?

Hier stoten we op een ander vraagstuk: dat van de almacht die we aan de wet toeschrijven. Maar zo werkt het niet altijd. In extreme en complexe zaken van sociale problematiek is het belangrijk dat we vertrouwen geven aan de mensen die professioneel met deze opdrachten bezig zijn. Zwaaien met de wet is een armoedig voorstel. De wet moet slechts aan bod komen als de vertrouwensrelatie wegvalt. We willen het maatschappelijk vertrouwen te veel door wetten vervangen, maar dat is niet de oplossing.

Zwaaien met de wet is een armoedig voorstel. De wet moet slechts aan bod komen als de vertrouwensrelatie wegvalt.

We leven in een rechtsstaat. Je optreden als overheid moet daarom altijd op een wettelijke grondslag rusten. Ook dat is weer een belangrijke waarde. Als je tot verplicht gebruik van anticonceptie of zelfs tijdelijke sterilisatie wil overgaan, heb je een wettelijke basis nodig. Die kun je vinden in de rechten van het kind, die ook gaan over de rechten van het ongeboren kind.

Een vergelijkbare problematiek speelt zich af aan het levenseinde. Vroeger was er geen wet over euthanasie, maar in 999.999 van de één miljoen gevallen liep de palliatieve sedatie goed. Als ze geconfronteerd werden met schrijnende gevallen, trokken artsen professioneel en in eer en geweten hun plan.

De euthanasiewet heeft die kwestie nu geregeld. Nu worden artsen beschermd, omdat hun optreden een expliciete wettelijke grondslag kreeg. Dat is prima, maar nogmaals: de meeste artsen pakten deze delicate situaties al heel correct aan. De wet is, in mijn opvatting, eerder een zwaktebod voor als het misloopt. Ik heb jarenlang contracten gemaakt voor grote bedrijven. Ik zei altijd dat ze die netjes in de lade mochten leggen omdat vertrouwen de hoofdrol speelde. Zo is het ook in dit debat: durf vertrouwen op de expertise en de bijstand van de mensen van het OCMW, die dagelijks met deze situaties omgaan.

Psychiater Erik Thys brengt de verplichte anticonceptie in verband met het nazisme …

Dat vind ik niet zo’n goede vergelijking. Ik ervaar dat als een vorm van conversation stopper. In de redeneerkunst noemt men dat een reductio ad Hitlerum: als je een aangelegenheid bespreekt voor uitzonderlijke, extreme en schrijnende gevallen, sluit je het debat uit door dit op een lijn te stellen met een uitroeiingsbeleid. Dan kun je geen logische argumenten meer uitwisselen. Dan is elk gesprek onmogelijk en kun je niet tot zinvolle oplossingen komen.

Moraaltheoloog Axel Liégeois zegt dat een beroep doen op de vrederechter wellicht een goede oplossing is om tijdelijk een verplichte anticonceptie op te leggen op vraag van de hulpverleners

Tja, het beroep op de rechter… Overvragen we de rechterlijke macht dan niet? Proberen we hier niet te gemakkelijk om een diep en sereen ethisch debat te ontlopen omdat we het vertalen in een juridische procedure voor de rechter? Ik heb daar, voor dit type van problematiek, veel vragen bij. Best geplaatst zijn toch de échte betrokken professionals, zoals in casu een OCMW-voorzitter of, bij euthanasie, de behandelende arts. Het is wellicht beter om ook hier, net zoals in de euthanasiewet, de opinie van de behandelende arts voor een tweede beoordeling voor te leggen aan een andere arts. Voor euthanasie heb je zelfs bijzonder opgeleide artsen. Het gaat dan over de samenloop van medische expertise en ethiek. De wet biedt een kader, maar je neemt de beslissing niet uit handen van de direct betrokken medici. Dat lijkt me verkieslijker dan een beroep te doen op een vrederechter. Die lijkt me daarvoor niet de beste partij.

Proberen we hier niet te gemakkelijk om een diep en sereen ethisch debat te ontlopen omdat we het vertalen in een juridische procedure voor de rechter?

Juridisering geeft altijd veel comfort, vooral aan politici die dan stoer kunnen zeggen dat ze de zaken opgelost hebben. Maar juridisering kan vertrouwen in professioneel en ethisch correct handelen van bevoegde personen niet vervangen. Dat is weliswaar een heel moderne, maar misleidende veronderstelling.

Bekijk ook het debat over verplichte anticonceptie met ethicus Axel Liégeois, geneticus Jean-Jacques Cassiman en psychiater Erik Thys! 

Interview: Johan Van der Vloet
Foto © Leo Neels

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here