Ziekenhuispastor Peter Doll organiseert vuurlopen: ‘Ik ben geen lichtwerker, de schaduw leert mij vaak veel meer’

0
215

‘Ik ben de weg gegaan van denken naar voelen. Als je alles via je hoofd filtert, kom je dicht in de buurt van piekeren en malen. Ja, ik zat nogal vaak in mijn dakappartement,’ lacht Peter Doll. Hij werkt al jaren in de Geestelijke Gezondheidszorg en is daarnaast lichaamsgericht therapeut en gecertificeerd Ceremonieel Vuurloopleider. Deze vijftiger zit vol dynamiek. In 1991 kwam hij bij toeval terecht in De Ark in Toronto. Een totaal nieuwe wereld ging voor hem open. Zijn leermeesters? Die mensen met een verstandelijke beperking met wie hij daar samenleefde, eerst vier jaar in Canada, daarna nog een jaar in Frankrijk. Als leerkracht was hij gewend om autoriteit uit te stralen en prestaties neer te zetten. Nu deed hij dagelijks de was en de plas voor incontinente volwassenen en ondersteunde hen in het opnemen van hun leven.

Zat dat zorgende altijd al in jou?

Ik kom uit een gelovig gezin. Mijn vader was kritisch katholiek en gefascineerd door het religieuze leven. Toen ik twaalf was, vroeg hij wat ik wilde worden. ‘Missionaris!’ antwoordde ik enthousiast. Zover is het niet gekomen, maar ik ging wel naar het ‘juvenaat’ van de Broeders van Liefde. Een broeder die op school kwam spreken, moedigde mij aan: ‘Ga op internaat!’ Mijn ouders vonden dat oké. Ik zag dat als een teken van hun vertrouwen in mij als een jongen die al een halve broeder was.

Heel mijn puberteit zat ik in een religieus midden. Eigenlijk was ik veel te vroeg met spiritualiteit bezig. Dat was immatuur: door die spiritual bypassing hoefde ik me niet bezig te houden met emoties en seksualiteit. Op mijn zestiende las ik in boeken van Charles de Foucauld: ‘Leef elke dag alsof je ‘s avonds de marteldood zou sterven.’ Zo heb ik jarenlang gefunctioneerd. Ik studeerde godsdienstwetenschappen en werd leerkracht. Pas via mijn leven in de Ark kwam ik uit op het belang van belichaming. 

Wat zijn de grootste levenslessen die je in de Ark geleerd hebt?

In de Ark leerde ik een spiritualiteit kennen die zeer lichamelijk en basic is. Zo leefde ik samen met John Smeltzer, een bewoner met het syndroom van Down. Hij was de gastheer van het huis. We kregen regelmatig mensen over de vloer. John begroette bezoekers altijd met ‘Hey, welcome back!’, ook al kwamen ze er voor het eerst. Die ontvangst raakte hen vaak diep. Het gaf hen een gevoel van thuiskomen.

John begroette bezoekers altijd met ‘Hey, welcome back!’ , Ook al kwamen ze er voor het eerst. Die ontvangst raakte hen vaak diep. 

Als we boodschappen deden, sprak hij mensen open en spontaan aan: ‘Hey, how are you?’ Zijn tweede vraag was: ‘Where is your home?’ Dat konden de omstaanders nog behappen. Dan volgde zijn derde vraag: ‘Are you home tonight?’ En hij bedoelde: ‘Mag ik bij jou thuis komen?’ Van John leerde ik dat spiritualiteit gaat over mogen thuiskomen. Als we mogen thuiskomen bij mensen ervaren we de essentie van spiritualiteit: ‘Mag ik zijn wie ik ben? Mag alles wat in mij leeft er zijn? Leer ik met mildheid en zonder oordeel naar mezelf en anderen te kijken?’ Die houding merk ik ook bij Jezus. Hij gaf mensen dat gevoel: ‘Jij mag er zijn, ik veroordeel je niet, welcome back!’

Thuiskomen maakt ons dus eigenlijk afhankelijk van anderen?

Het gaat om een inspirerende paradox: we ontvangen en geven tegelijk; ‘I am the woven one and I am the weaver’. Uiteraard hebben we een nest nodig waar we gezien en aanvaard worden. Maar het wordt navelstaren als we die ervaring voor onszelf alleen houden.

Peter Doll: ‘Ik leerde over mildheid omdat ik toen in contact kwam met de schaduw van mijn woede. Ik besefte dat ik in staat was om iemand schade toe te brengen.’

In de Ark heb ik heel sterk ervaren hoe bewoners en collega’s mij inspireerden. Michael B. heeft spastische spieren omwille van een hersenverlamming. Soms schudde hij zo vaak met zijn hoofd dat het een uitdaging was om zijn gemixt eten netjes in te lepelen. Als controlefreak die ik toen was, voelde ik veel weerzin. Op een keer hield ik zijn hoofd zo stevig vast dat hij uit reactie zijn lippen stevig op elkaar klemde. Ik voelde mijn agressie zodanig opwellen dat ik besefte hoe ik anderen pijn kon doen. Dankzij deze wake-upcall besloot ik zijn ritme te volgen. Het werd ‘the dance of the spoon’ omdat ik op zijn ritme leerde dansen. Die leerschool was voor mij een ommekeer. Ik leerde over mildheid omdat ik toen in contact kwam met de schaduw van mijn woede. Ik besefte dat ik in staat was om iemand schade toe te brengen.

Met jouw Bio-energetisch lichaamswerk wil je mensen helpen op hun reis van ‘Ik denk, dus ik ben’ naar ‘Ik leef doordat ik voel’. Wat bedoel je daarmee?

In 2005, ik was net veertig geworden, liep ik vast. Ik kon geëmotioneerd reageren, maar had weinig contact met mijn emoties of mijn lichaam. Ik zat gevangen in mijn hoofd. Iemand suggereerde mij: ‘Zou lichaamswerk niet iets voor jou zijn?’ Zo leerde ik Bio-energetica kennen als een lichaamsgerichte psychotherapievorm. Een leerling van Freud, Willem Reich, was er de grondlegger van. Alexander Löwen vertolkte het in zijn huidige vorm.

In de manier waarop mensen bewegen, spreken en ademen, zie je hoe ze gevangen zitten in hun spierpantser en verdedigingsmechanismen.

Anders dan zijn leermeester die zijn patiënten niet aankeek, ging Reich voor zijn patiënten zitten. Hij keek naar hun lichaam en ‘las’ het vanuit de hypothese dat we in onze vroegste kinderjaren al onze ervaringen in ons lichaam opslaan. Voor hem was het de toegangspoort naar therapie. In de manier waarop mensen bewegen, spreken en ademen, zie je hoe ze gevangen zitten in hun spierpantser en verdedigingsmechanismen. Ze ontstonden ooit als reactie op bedreiging, angst of trauma. In de Bio-energetica werken we met drie pijlers: bewegen, ademen en het gebruik van onze stem. Niet toevallig is dat precies wat we als baby het eerst doen: ademen, schreeuwen en spartelen. Als baby deden we dat niet bewust. Als volwassene kunnen we voorbij onze blokkades onze levendigheid herontdekken.

Hoe doe je dat dan, in contact komen met je oorspronkelijke vitaliteit?

In het emotioneel lichaamswerk bouwen we via eenvoudige oefeningen spanning in ons lichaam op die we daarna ontladen. Heel vaak komen dan emoties los. Dat kan bijvoorbeeld woede zijn. Soms geeft die ervaring een intens gevoel van opluchting en vreugde. Het is niet de bedoeling om een trauma te herbeleven, wel om nieuwe expressiemogelijkheden te creëren en meer lichaamsbewustzijn. Dat doen we door te mobiliseren wat vastgehouden werd en stem te geven aan wat gesmoord werd. Bio-energetica helpt ons om ons te bevrijden en te luisteren naar de wijsheid van ons lichaam. Tussen ons hoofd en onze tenen leeft een onontgonnen avontuur. 

Soms projecteer je je woede op iemand voor wie die niet bedoeld is. Dan krijgt bijvoorbeeld je partner de volle lading, terwijl die colère bedoeld is voor je moeder of je vader.

Vastgelopen emoties – bijvoorbeeld kwaadheid naar hun vader – kunnen onze cliënten hier uiten in een veilige therapeutische setting. Ze mogen hun woede bijvoorbeeld botvieren via hun stem of op een matras. Dankzij Primal Therapy leerde ik hoe wij bijvoorbeeld onze vader opsplitsen in een goede en een slechte man en hoe we hiermee kunnen omgaan. Soms projecteer je woede op iemand voor wie die niet bedoeld is. Dan krijgt bijvoorbeeld je partner de volle lading, terwijl die colère bedoeld is voor je moeder of je vader.

In Bio-energetica willen we weer stem geven aan wat in ons leeft, aan wat ons aan bestaansrecht is ontnomen als kind. Misschien kregen we als kind te horen: ‘Als grote mensen spreken, moet jij zwijgen.’ In onze therapeutische setting mag het kind in jou weer klank geven aan zichzelf. Je mag je terug toeëigenen wat door oordeel afgesneden werd. Alles waar een oordeel op zit, mag je hier weer tot eenheid brengen. Als dat lukt, voel je hoe je weer thuiskomt bij jezelf en in de wereld. Dat is verbindend en helend.

Zo ongeremd je woede tonen, staat dat niet haaks op wat bijvoorbeeld geweldloze of verbindende communicatie doet?

Ik vind dat in geweldloze communicatie iets cerebraals zit. In de positieve psychologie ook trouwens. Woede is een van de meest ontkende emoties, terwijl die toch overal in de wereld aanwezig is in de vorm van haat, onverdraagzaamheid en stuk gelopen relaties. Dynamieken in onszelf die we vaak tegengehouden, krijgen in de veilige ruimte van de therapie wel bestaansrecht. Je mag hier je emoties uiten en meestromen. Dat is geen toelating voor blinde woede.

Woede is een van de meest ontkende emoties, terwijl die toch overal in de wereld aanwezig is in de vorm van haat, onverdraagzaamheid en stuk gelopen relaties.

Doorheen therapie kunnen we emoties ontdekken, leren hanteren en transformeren. Daarvoor hebben we veiligheid en begrenzing nodig, zeker in deze borderline times zonder veel handvaten. Emotioneel Lichaamswerk werkt aan die noodzakelijke gronding. Dan kun je veilig en op een afgestemde manier in communicatie gaan. Mensen leren zichzelf zien en ook waar ze hun eigen emoties op anderen projecteren. Ze leren zich afvragen waar ze verantwoordelijkheid kunnen nemen en hoe ze hun leven in eigen handen kunnen nemen.

Eén van de manieren waarop je mensen wil helpen, is via vuurlopen. Dat klinkt bijzonder fascinerend. Wat is de kracht van die uitdaging?

De vuurloop is een krachtige manier om je met je innerlijk vuur, je levensenergie te verbinden. Mensen lopen letterlijk over hete kolen en brengen hiermee hun angst en weerstand in beweging. Ze leren over de kracht van de overgave. Het schijnbaar onmogelijke maken ze mogelijk en het onvoelbare wordt terug voelbaar. Zo’n ervaring doet hen stralen en levendiger dan ooit voelen. Zij ontdekken iets van hoe het is om vanuit je hart te leven. In het woordje courage – moed – zit coeur. Ik hou ervan om te zien hoe mensen door vuur getransformeerd worden.  

Peter Doll: ‘Vaak leven we maar een klein deel van onze mogelijkheden. Als we iets groots meemaken, openen we ons even.’

Bij het begin van de dag vertellen sommigen een deel van hun levensverhaal. Luisteren naar elkaars verlangens, vreugdes, dromen, noden en moeilijke periodes: dat raakt de deelnemers en creëert onderlinge verbondenheid. Ze ervaren: ‘ik ben niet alleen.’ Doorheen actie verleggen ze grenzen en ontdekken ze iets van de magie van hun leven. Vaak leven we maar een klein deel van onze mogelijkheden. Als we iets groots meemaken, openen we ons even. Als we niet alert zijn, plooien wij daarna terug dicht als een accordeon: we vergeten wat ons opende en gaan terug in de overlevingsmodus. In die comfortzone zit geen groei. De magie van het leven vind je in de stretchzone, aan de grens, als je voor het onbekende gaat.

Hoe verbind je lichaamswerk met spiritualiteit?

Hoe spiritueel lichaamswerk eigenlijk is, hoorde ik onlangs van een rabbijn. Hij legde uit hoe we de uitspraak ‘Gij zult Gods Naam niet ijdel gebruiken’ het best begrijpen. Dat gaat niet zozeer over ‘verboden te vloeken’, wel over de essentie van de naam van God, Jahweh. In het uitspreken van Gods Naam, Jahweh, beweegt je tong niet en sluiten je lippen niet. Probeer het maar eens. Dan merk je dat Gods Naam uitspreken eigenlijk ademen is. Hoe mooi om bewust ademen te zien als bidden!

Als je bewust ademt, word je tot op celniveau de invloed van bidden gewaar. Ik vind het fantastisch om te zien hoeveel mensen daar baat bij hebben! Leven begint en eindigt letterlijk met Gods Naam: in- en uitademen is het eerste en laatste wat we doen. Onze adem en ons leven zijn voortdurend in beweging. Daarom mogen we Gods Naam niet vastzetten en is het belangrijk dat we die voortdurend laten stromen, net als onze adem.

Spiritualiteit gaat dus over verbinding?

Alle ceremonies en alle geaarde spiritualiteit gaan over verbinding en relatie. We bidden tot Onze Vader, omdat we broers en zussen zijn van elkaar. En ik spreek over Grootvader Vuur, Grootmoeder Water en Moeder Aarde. Ik wil niet esoterisch, wollig of new age zijn. Bij spiritualiteit komt veel verantwoordelijkheid kijken. Geïncarneerde spiritualiteit is toch de kern van het christendom? En precies dat is in onze christelijke traditie op het achterplan geraakt, we zijn het contact met het basale verloren.

Ik wil niet esoterisch, wollig of new age zijn. Bij spiritualiteit komt veel verantwoordelijkheid kijken.

Tijdens de paaswake worden vuur en water gewijd. Dat is de sterkste liturgie van het jaar waarin je alle elementen terugvindt. Mensen worden aangesproken door het belichaamde, door het basale en authentieke, door dat wat niet liegt.

Heb je daarom ook wat met indiaanse spiritualiteit?

Inderdaad. Laten wij liever spreken van Native Americans of First Nation People. Tijdens verschillende ceremonies of zelfs tijdens mijn groepssessies in het ziekenhuis start ik met een smudge. Ik leerde het van hen. Bij dit verwelkomingsritueel steek ik witte salie in brand. Ik ga ermee rond en zwaai de rook naar de aanwezigen. Ze kunnen het als een statement ook naar zichzelf toebrengen. Ik geef hierbij de boodschap: ‘Jij bent welkom met alles wat er is, wat je voelt, wie je bent. Het vraagt moed om hier te zijn en het risico te nemen om jezelf te ontdekken met je licht en je schaduw.’ Ik ben geen lichtwerker, de schaduw leert mij vaak veel meer. Hoe meer we belicht worden, hoe sterker de schaduw.

Door het dal gaan, de donkere nacht van de ziel doormaken, is zowel de essentie van therapie als van een spiritualiteit van beneden.

Ik sta achter een geaarde spiritualiteit of – zoals de beroemde Duitse Benedictijnermonnik Anselm Grün dat zegt – een spiritualiteit ‘van beneden’. Door het dal gaan, de donkere nacht van de ziel doormaken, is zowel de essentie van therapie als van een spiritualiteit van beneden. Die tocht maak je niet één keer, maar heel vaak, eventueel dagelijks. De Natives zeggen: ‘It is a good day to live, it is a good day to die.’ Kiezen voor het leven, is durven sterven. Dat betekent niet noodzakelijk dat mijn lichaam moet sterven. Wel dat ik sterf aan mijn oude ik en dat de nieuwe mens in mij mag geboren worden.

Heb je dat zelf ook meegemaakt?

Zeker. Mijn trainer lacht soms als hij mij eraan herinnert hoe ik aan het begin van mijn eigen traject aan de noodingang op een vierkante meter stond te dansen. Nu kan ik ruimte innemen, zowel letterlijk als innerlijk. Ik heb al meer lef om naar mezelf te kijken. Ik geef mezelf ruimte om te ademen, om mijn stem te laten horen en om me te bewegen.

Je hebt eerst godsdienstwetenschappen gestudeerd en je bent ziekenhuispastor op de dienst zinzorg en pastoraal in het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus in Beernem. Hoe zie jij je werk als therapeut?

Op het werk ben ik pastoraal werker en geen therapeut in strikte zin, ook al word ik wel zo beschouwd. Mensen steunen in hun eigen proces, dat is mijn taak. In mijn privé-tijd zet ik avondreeksen Bio-energetisch Lichaamswerk neer. Daar sta ik volledig in de therapeutenrol. Het raakt mij als ik zie hoe mensen met hun leven aan de slag gaan. Na enkele avonden voelen mensen het effect van schijnbaar eenvoudige oefeningen. Daarvoor doe ik het. Ik vind het belangrijk dat mensen in hun geheel gezien worden. Al hun levenservaringen dragen ze mee, ook al zijn die bevroren of opgesloten. Het gaat over het leven zelf en dat is altijd in beweging.

Ik vind het belangrijk dat mensen in hun geheel gezien worden. Al hun levenservaringen dragen ze mee, ook al zijn die bevroren of opgesloten.

Daarnaast zie ik hulpverlening als tweerichtingsverkeer. Als hulpverlener is het goed dat we doorheen dat proces gaan waarin we de rijkdom van de ander zien en niet alleen zijn gebreken of gehavend zijn. Als stagiairs in het ziekenhuis binnenkomen, vind ik dat een belangrijke vraag: ‘Waarom kies jij voor dit engagement?’

Hoe kwam je aan de naam ‘Vuurstroom‘ voor jouw vzw?

Mijn project had lange tijd geen naam, tot ik er één kreeg tijdens een ‘tipi-meeting’. Dat is een Native-ceremonie waarbij je zingend en biddend samen bent en waar van zonsondergang tot zonsopgang vuur wordt gehoed. Voor mij zag ik hoe het vuur voortdurend in beweging was, verwarmend, verlichtend, transformerend. Zo werd mijn naam geboren: ‘Vuurstroom. Beweeg – Voel – Leef’. Inmiddels is mijn logo heet van de naad ontworpen.

Wat zijn voor jou belangrijke waarden?

Dankbaarheid. Als ik dankbaar ben, voel ik mij rijker. Als ik in armoedebeleving zit, ben ik niet geneigd om dankbaar te zijn. Toch hebben we altijd rijkdom in ons en om ons heen. Het komt erop aan die te zien. Dat is ook voor mij een aandachtspunt. Ik kan nog steeds in mijn armoede zitten, zeker als ik teveel in mijn hoofd leef. Dan maak ik bijvoorbeeld mooie momenten mee tijdens een vuurloop en vijf minuten later ben ik aan het vergelijken, klagen en zagen. Spiritualiteit gaat over dankbaarheid. Mijn leven wordt rijker als ik mij oefen in dankbaarheid. Dankbare mensen zijn vaak aantrekkelijk. We voelen ons niet aangetrokken tot zagers, klagers en tot mensen die altijd in armoede-categorieën denken. Dankbaar zijn naar andere mensen toe is ook een manier om hen erkenning te geven. En zo creëer ik verbinding met hen.

We voelen ons niet aangetrokken tot zagers, klagers en tot mensen die altijd in armoede-categorieën denken.

Verbinding is trouwens een andere essentiële waarde voor mij. Dat heeft te maken met thuis kunnen zijn bij mezelf, bij anderen en alles nemen zoals het is. Ik heb daar een beeld bij: stel dat ik binnenkom in mijn huis en ik klaag over de muffe geur of over het tapijt met vlekken. Wanneer ik veroordeel, kan ik niet echt thuiskomen in mijn huis. We hebben allemaal te leren om op een milde manier om te gaan met onze veroordelingen. Telkens als we de neiging voelen om te veroordelen, zijn we niet thuis. Hoe kan ik mijn huis tot een thuis maken? Dankzij orde, netheid, respect en ook door het te benaderen als een heilige ruimte. Hoe kan ik respect opbrengen voor mijn andere heilige ruimten? Mijn lichaam, mijn auto, mijn bezittingen? Spiritualiteit is altijd gematerialiseerd omdat het over verbinding gaat. Spiritualiteit doordesemt alles. Spiritualiteit of ziel is toch dat wat ons verbindt met het grotere geheel voorbij tijd en ruimte, met het mysterie.

Peter Doll: ‘Een vuurloop wordt in de wereld gezet net vooraleer je weer naar huis gaat. Net zoals een mis in de kerk ook thuis verdergezet wordt na de zending.’

Doorzetting en zelfdiscipline zijn daarin heel belangrijk. Zo wordt een vuurloop in de wereld gezet net vooraleer je weer naar huis gaat. Net zoals een mis in de kerk ook thuis verdergezet wordt na de zending. Creativiteit komt pas via discipline. Dat leer ik in ceremonies en dan vooral in de Vision Quest. Dit is een eeuwenoude ceremonie van Natives. Je bent dan gedurende vier dagen en vier nachten alleen in de natuur. Je brengt die tijd door al vastend. Daar worden Spirit, het Mysterie en de natuur je leermeesters. Ik leer er over dankbaarheid, verbinden, bidden, helen en de rijkdom van doorzetten. Mijn Vision Quest biedt mij telkens weer een ongeëvenaarde manier van thuiskomen. Het is voor mij een geïncarneerde manier om mijn spiritualiteit te beleven.

Welk spoor wil je achterlaten?

Goh, daar heb ik eigenlijk nog niet bij stil gestaan. Ik heb geen biologische kinderen. Mijn partner heeft drie volwassen kinderen. Voor hen wil ik wel een pluspa zijn. Het zou mooi zijn als ook ik leven kan doorgeven. Niet op een biologische manier, maar door mensen te raken, door hen te ondersteunen om hun eigen magie en levensavontuur te ontdekken. Klinkt dat pretentieus?

Interview: Ilse Cornu
Foto’s en video © Peter Doll

Geïnteresseerd in Bio-energetisch lichaamswerk? Ontdek meer over het werk van Peter Doll op www.vuurstroom.be 

Wil ook jij een vuurloop meemaken?

Op 21 september en 23 november staan de volgende ingepland! De vuurplek van Peter ligt in Sint-Maria-Aalter. Op aanvraag zorgt Peter voor een speciale editie voor jouw organisatie of jouw feestje. Geïnteresseerd? Ga dan naar zijn facebookpagina of vraag hem om meer info via peter@vuurstroom.be.

Klik op de foto bovenaan dit interview om een video van zo’n bijeenkomst te zien!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here