Sabine Denis: ‘Ik moest mijn hele connectie met de natuur terugvinden’

0
756

Stel je voor: je werkt bij een succesvol bedrijf dat je in de watten legt met zwembad en kinderopvang. Je reist de wereld rond en je carrière bloeit. Tot je kinderen vragen wat jouw werk aan de wereld toevoegt en je geen passend antwoord kan bedenken. Dat overkwam Sabine Denis, en het veranderde haar leven drastisch. Sinds 1 september 2018 is ze directeur van SPES, een vzw die de focus legt op Spiritualiteit Economie en Samenleving.

Waarom ging je weg bij je bedrijf?

Op een dag vroegen mijn drie kinderen wat mijn job precies inhield. Het lukte me niet om hen een behoorlijke uitleg te geven. Dat was heel confronterend voor mij. Mijn man is advocaat en we werkten allebei heel hard. We hadden mooie auto’s, mooie computers en mooie smartphones, maar dat is toch niet alles in het leven. Ik wilde kiezen voor iets zinvoller waarbij ik ook meer tijd kreeg voor de kinderen.

Ik ging naar de Koning Boudewijnstichting. Daar werkte ik onder andere op programma’s over armoede, migratie en onveiligheidsgevoel. Mijn eerste project ging over duurzame ontwikkeling. Ik werkte met de eerste kring van ondernemers die samengebracht werden rond de vraag wat duurzaam ontwikkelen eigenlijk is en hoe dat van toepassing kan zijn op bedrijven. Dat was heel fijn. Ook die Stichting had voldoende middelen en dus konden we de beste internationale sprekers naar hier halen. Op die manier kon ik mezelf scholen in de thematiek.

Was je voorheen ook al bezig met duurzame ontwikkeling?

In mijn jeugd wel, daarna niet meer. Met ouder worden vond ik die aspecten allemaal terug. Deze job bij de Koning Boudewijnstichting kon ik wel uitleggen aan mijn kinderen. Toch zag ik ook de beperkingen. Bedrijven hebben de economische mogelijkheid om een visie op lange termijn uit te werken. Vzw’s daarentegen zijn altijd weer afhankelijk van het financiële luik. Ik vond toen al dat de sterktes van beide werelden zouden moeten kunnen samengaan.

We komen langs een glasraam dat opgehangen werd in het Zoniënwoud. ‘Is dit hier een nieuwe kathedraal misschien?’ vraagt Sabine verwonderd. ‘Dat is niet slecht …’

Hoe kwam je in de politiek terecht?

Patricia Ceysens is een vriendin van mijn zus. Net als ik en mijn zus ging ze naar Notre Dame in Namen. Zij werd minister en in 2007 verving ze Fientje Moerman in de Vlaamse regering. Ze had economie, Vlaamse handel en wetenschapsbeleid in haar portefeuille. Ze vroeg mij om haar communicatie te verzorgen en speeches te schrijven. Ik kende niets van politiek en had in dat milieu geen enkel engagement. Ik vond het wel bijzonder boeiend om eens aan de andere kant te staan. De Koning Boudewijnstichting geeft veel adviezen aan de politiek, maar kan die nooit zelf uitvoeren. Ik heb toen de sprong gewaagd. Patricia is een fantastisch mens en voor haar werken was ongelooflijk boeiend.

We zaten middenin de economische crisis en de bedrijven keken voortdurend naar de overheid voor hulp. Ik werkte keihard en sliep amper vier uur per nacht. Dat was geen enkel probleem, ik leefde op adrenaline. Maar ons jongste kind leed er zwaar onder. Ik kon mijn agenda niet meer plannen. Soms had ik een babysit en was ik onverwachts toch thuis. Soms had ik een oppas nodig en kon ik er geen vinden. Het evenwicht tussen kinderen en carrière was zoek.

En dus gooide je het roer om …

Op een bepaald moment werd ik gecontacteerd door Business & Society, dat zijn bedrijven die samenkwamen rond maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Ze hadden me vroeger al gevraagd om bij hen te komen werken, maar toen interesseerde MVO me niet zo. Ik vond dat business as usual. Maar in 2009, in volle economische crisis, was ik toch heel benieuwd hoe het die wereld zou vergaan. Vele bedrijven waren namelijk uit het netwerk vertrokken. MVO van voor de crisis was duidelijk niet voldoende, er was een andere insteek nodig.

We staan aan de zevenster met in het midden onze stonecircles. ‘Dat is een magisch plekje, de heksen komen hier ’s nachts op bezoek … A thin place between heaven and earth,’ lacht Sabine Denis.

Ik nam de uitdaging aan en vond het heel leuk om daar te werken. Ik had een hele goede raad van bestuur die geloofde in het project en het naar een hoger niveau wilde tillen. Het netwerk groeide. Na de crisis stelden bedrijven zichzelf steeds meer in vraag. Tot aan de crisis betekende maatschappelijk verantwoord ondernemen: een vrouw en een allochtoon aannemen, recto verso printen en de lichten doven wanneer je naar huis vertrekt. Met andere woorden: het ‘hoe’ werd een beetje aangepast, maar het ‘wat’ bleef achter.

Tot aan de crisis betekende maatschappelijk verantwoord ondernemen: een vrouw en een allochtoon aannemen, recto verso printen en de lichten doven wanneer je naar huis vertrekt.

In 2013 werd ik vijftig. Ik wilde een legacy achterlaten en dus schreef ik een boek. Ik ben geen schrijfster met een ongelooflijke pen. Spreken lukt me beter. Het heeft mij dan ook twee jaar werk gekost. Mijn voornaamste bedoeling was om creating shared value op de agenda te plaatsen. Dat is een concept van Michael Porter, professor aan de Business School van Harvard. Het komt erop neer dat jouw bedrijfsproduct ook een meerwaarde moet betekenen voor de samenleving als geheel. Die visie tilt maatschappelijk verantwoord ondernemen naar een ander niveau. Om dat als bedrijf te verwezenlijken, heb je partnerschappen nodig.

Zocht je daarom contact met vzw’s? Om dat maatschappelijk verantwoord ondernemen meer te doen landen?

In België zagen we een wildgroei aan duurzaamheidsorganisaties, met twee uitschieters. Enerzijds was er Business & Society voor grote bedrijven, anderzijds Kauri voor het middenveld en de KMO’s. Ik had een zeer goede band met de directeur van Kauri, David Leyssens. We deelden dezelfde visie en wilden van daaruit onze twee grote netwerken laten samenwerken. Zo konden we met één stem spreken. Soms was de Business & Society een big happy family die te weinig zelfkritisch was. Door met Kauri samen te gaan, konden de grote bedrijven ook de boodschap van de ngo’s, de Bond Beter Leefmilieu, Oxfam, … mee helpen verspreiden.

De fusie was een ongelooflijk boeiende oefening. Het gebeurt namelijk heel weinig dat vzw’s en bedrijven de handen in elkaar slaan. De profielen van David en van mezelf zijn zeer complementair: hij is een jongere man met een Nederlandstalig netwerk, ik een oudere vrouw met een Franstalig netwerk. Hij komt uit het middenveld, ik uit de bedrijfswereld. Onze twee raden van bestuur stonden 100% achter ons. Na twee jaar communicatie is het ons gelukt om onze leden mee te krijgen. We richtten een nieuwe vzw, The Shift, op en doekten Business & Society en Kauri op. We vroegen Thomas Leysen, de voorzitter van de raad van bestuur van Umicore en KBC Group, als onze voorzitter. Hij kon fungeren als boegbeeld van wat er ook in andere grote bedrijven aan het bewegen was. Ik wilde graag dat David de fusie zou leiden zodat ik mezelf even kon terugtrekken. Ik ben nog twee jaar gebleven om de fusie mee in goede banen te leiden. The Shift was toch een beetje mijn baby, hé. Ik besefte wel dat het een eindig verhaal was omdat ik meer mijn spirituele zelf wilde terugvinden.

Had je vroeger al iets met spiritualiteit?

Toch niet. Ik had vroeger een mentor, Philippe de Woot, professor bedrijfsethiek en MVO aan de business school in Louvain-la-Neuve. Ik heb hem de voorversie van mijn boek laten lezen en hem gevraagd om er kritisch over te reflecteren. Hij miste het ethische en spirituele luik, zei hij. Ik voelde mij niet competent en comfortabel bij die thema’s. Maar Philippe zei: ‘Dat is niet erg. Neem je pen en citeer mij, die aspecten moeten er zeker in.’ Dat is de enige opmerking over mijn boek die me is bijgebleven. Ik dacht: in die kritiek zit absoluut iets juist! Met die dimensie wilde ik weer meer connectie vinden.

Marcel Proust zegt: ‘Le seul véritable voyage, ce ne serait pas d’aller vers de nouveaux paysages, mais d’avoir d’autres yeux.’ Natuurlijk ben ik wél eerst nieuwe landschappen gaan verkennen. Ik ben katholiek opgevoed, maar die traditie leek verder van mij af te staan.

Welke spirituele wegen heb je dan bewandeld?

Tijdens een vakantie in Myanmar deed ik gedurende tien dagen mee met een vipassana-meditatie. Ik wilde niet als een toerist van hot naar her rennen, maar voelen wat ginder leeft. En dus ging ik op een vierkante meter in volledige stilte neerzitten van 4u30 ’s ochtends tot 21u30 ’s avonds. Fysiek was dat zeer zwaar. Je hebt bovendien totaal geen contact met anderen. Eten deed je met je gezicht naar de muur, als je iemand tegenkwam in de tuin, mocht je niet groeten.

In het begin was dat heel raar, maar uiteindelijk bleek dat ongelooflijk rustgevend. Het hoogtepunt van de dag kwam wanneer we ’s avonds een uurtje mochten luisteren naar het verhaal dat achter de vipassana-meditatie van die dag lag. Op die manier heb ik leren mediteren en via ademhalings- en voeloefeningen de connectie leren ervaren tussen mijn lichaam en mijn geest. Jammer genoeg liep ik ginder ook een virus op en keerde ik doodziek terug. Even daarna gaf ik mijn ontslag bij The Shift en nam ik een sabbatical. Dat was in 2017. Ik trok daarna voor zes weken naar een ashram in India. Daar wisselden manueel werk en meditatie elkaar af.

Mijn eerste vraag was: ‘Als je naar jezelf op zoek bent, waar begin je dan?’ Zijn antwoord was: ‘Door te beseffen dat je niets bent. You are nothing.’

Ook die ervaring was zeer rustgevend, maar ‘It didn’t feel home’, zoals de Engelsen zeggen. Die cultuur en context pasten niet bij mij. Ik leerde uiteraard veel bij, onder andere door aan de lokale goeroe vragen te stellen. Mijn eerste vraag was: ‘Als je naar jezelf op zoek bent, waar begin je dan?’ Zijn antwoord was: ‘Door te beseffen dat je niets bent. You are nothing.’ Mijn eerste reactie was vrij negatief. Ik dacht: wat zegt die nu? Ik besefte dat hij op een ander niveau praatte. Die uitspraak heeft bij mij wel een proces in gang gezet.

Uiteindelijk zocht je wat je vond in de link tussen ecologie en spiritualiteit. Hoe ging dat?

Ik was van plan om mijn spirituele shopping gedurende een jaartje verder te zetten. Samen met vrienden naar een sjamaan in het Amazone-woud van Peru trekken, bijvoorbeeld. Ja, ik ben daarin nogal heftig, dat is de aard van het beestje. (lacht) Mijn man zag dat allemaal niet zo zitten. Toen kwam ineens een mail over een opleiding ecology and spirituality aan het Schumacher College in South Devon. Dat was een godsgeschenk! Dat Engels college werd vijfentwintig jaar geleden opgericht op basis van de filosofie van de Duits-Britse economist E. F. Schumacher. Hij is bekend van zijn slogan ‘Small is beautiful.

Zoals Luk Bouckaert de ziel is van SPES, zo is Satish Kumar de ziel van het Schumacher College. Hij is een Indische Jaïn-monnik die ongelooflijk kan spreken en doordrongen is van het boeddhisme. Je kan verschillende masteropleidingen volgen aan het College. Mijn man vond het fantastisch dat ik in een college zat op een vaste plek in plaats van rond te zwerven. De puzzel viel perfect in elkaar. Ik geef nog steeds de lessen ‘Duurzame ontwikkeling’ aan de Louvain School of Management in Louvain-la-Neuve, aan de handelsingenieurs in het Nederlands. Die modules lopen van september tot december en dus kon ik in januari naar Engeland vertrekken. Daar kreeg ik drie weken les, gevolgd door een leesvrije week waarin we onze papers konden schrijven.

Proffen vanuit de hele wereld komen samen in het Schumacher College. Het was fantastisch om op mijn leeftijd nieuwe auteurs te ontdekken en tijd te krijgen om te lezen. Ik heb geen enkele bezienswaardigheid bezocht, alleen maar gewandeld in de omliggende tuinen, bossen en velden en me teruggetrokken in de bibliotheek. Geweldig! Daar heb ik een volledige transformatie doorgemaakt. Ik ben nochtans ontmoedigd aangekomen, met een zeer pessimistisch toekomstbeeld.

Vanwaar kwam dat pessimistische toekomstbeeld?

Toen we bij The Shift de fusie hadden ingezet, had ik Franstalige jongeren aangezocht. Eén van hen gaf me in de zomer van 2015 het boek Comment tout peut s’effondrer. Petit Manuel De Collapsologie à L’usage Des Générations Présentes. Een auto-kerkhof siert de cover. De auteurs zijn twee voormalige studenten van het Schumacher college. Ze geven een wetenschappelijke onderbouw aan hoe ons huidige economisch en sociaal systeem aan het instorten is. Het raakte mij. Het klonk juist en het was ook mijn aanvoelen. Mijn collega zei toen: ‘Je beseft toch dat je op de Titanic staat?’ Dat was geen slechte metafoor. Hij vervolgde: ‘En je beseft toch dat jij bio-sandwiches verkoopt op die machine die afstevent op de ondergang?’ Toen wist ik dat we fundamenteel moesten nadenken over waarmee we bezig zijn.

We hebben een andere manier van denken en omgaan met de natuur nodig. Of zoals Einstein zegt: ‘Je kunt geen problemen oplossen in de logica die ze heeft gecreëerd.’ We moeten dus proberen een andere logica te vinden. Voor mijn afscheidsfeest bij The Shift mocht ikzelf mijn sprekers kiezen en ik heb die twee auteurs uitgenodigd. Dat stuitte op zeer veel weerstand omdat ze zo’n pessimistische boodschap brachten. Ook mijn kinderen discussieerden vaak daarover. Met die instelling ben ik naar het Schumacher College getrokken.

En daar maakte je jouw transformatie mee… Hoe ging dat dan?

Ecologie is de rode draad in alle opleidingen daar. Ik ontdekte hoe je cyclisch kunt denken: er is een herfst en een winter nodig als je wil gaan voor een nieuwe lente. Dat was zo’n geruststelling… Ik had altijd gedacht: dit is het einde. Zij wezen mij op het nieuwe begin dat daarop kan volgen. We kunnen eilanden van hoop creëren. Dat is onze rol in de samenleving. We mogen niet alles zomaar op zijn beloop laten. Dat sluit natuurlijk geweldig aan bij wat we bij SPES doen. Bovendien is spes het Latijnse woord voor hoop. Ik leerde ginder spirituele tradities kennen die een link met de natuur hebben: Afrikaanse, Australische en Indiase aboriginals, maar ook druïden en heksen uit de Angelsaksische tradities. In augustus 2018 heb ik die opleiding afgerond en op 1 september kon ik beginnen bij SPES. De cirkel is rond: ik ben terug in Leuven en kan eilanden van hoop creëren. Soms is het nodig om iets te laten neergaan, anders is er geen mogelijkheid om iets nieuws te laten groeien.

Een jonge Spaanse studente keek me vol medelijden aan en zei: ‘Maar je bent niet autonoom, niemand van ons is dat!’

Als business-mens was autonomie absoluut een zeer belangrijke waarde. Dankzij het College leerde ik heel veel over interconnectiviteit. In eerste instantie voelde ik me daar wat ongemakkelijk bij. Een jonge Spaanse studente keek me vol medelijden aan en zei: ‘Maar je bent niet autonoom, niemand van ons is dat!’ Haar uitspraak verwonderde me erg. Tegelijk was die ook zo authentiek dat ik me erin wilde verdiepen. En inderdaad, zelfs wandelen doe je dankzij het bos dat er is, onze kleren krijgen we dankzij de natuur. Alles is met elkaar verbonden. We zijn helemaal niet autonoom. Dat was zo’n openbaring toen ik die waarheid doorheen haar ogen kon zien. Ik werk nog steeds aan die mindset en ervaar het als een soelaas om dat zo te mogen zien.

Het ontspant?

Ja, je wordt gedragen. Denk aan het zalmverhaal: die moet altijd tegen de stroom in zwemmen. Als je vanuit interconnectiviteit vertrekt niet, dan mag je met de stroom mee drijven. We kregen les van een professor die Whitehead en zijn kosmologische verhaal bracht. Wooow! Mijn wereldbeeld ging helemaal open. Ik moest mijn hele connectie met de natuur terugvinden. Dat kostte mij wel wat tijd … Nu begrijp ik niet meer hoe ik dat zovele jaren links heb laten liggen.

Hoe kijk je terug op je christelijke wortels?

Ik heb beseft wat Marcel Proust bedoelde met ‘kijken naar nieuwe landschappen of terugvinden met nieuwe ogen’. Voor mij was het belangrijk om met nieuwe ogen te kijken naar mijn wortels. Die heb ik nodig om spirituele ervaringen te kunnen meemaken. Ik wil me niet verplanten. Ik heb twee ongelooflijke ervaringen mogen meemaken in South Devon. Een was daarvan was een wild church. Een dame bracht ons vanuit een klein Mariakapelletje dat op ons cursusdomein lag naar een grote Maria-kerk beneden in het dorp. De hele wandeltocht verliep in stilte. Alleen dat al was magisch. In de kerk hielden we op de grond een picknick met thee. Er werd een gedicht voorgelezen en gezongen. Dat was een intens mooie ervaring. Gedeeltelijk wijt ik dat aan de wandeling en de natuur die we binnenbrachten in het kerkgebouw.

Hier in het Zoniënwoud gebeurt eigenlijk het omgekeerde: dat glasraam dat hier hangt, brengt het gebouw binnen in de natuur. Die link met de natuur is voor mij zeer belangrijk. Binnen de kerk is die er weinig, behalve in de encycliek Laudato Si van paus Franciscus. Het lichaam, het sensuele, het natuurlijke is zeer afwezig. Daarom vond ik die tocht naar de wild church zo ongemeen boeiend.

Je sprak ook van een tweede ervaring. Waarover ging die?

Mijn tweede ervaring heeft te maken met een module over evolutie en spiritualiteit die ik volgde. We hoorden over Darwin enerzijds en de katholieke kerk met Adam en Eva anderzijds. Richard Dawkins is ontzettend met die thematiek bezig en schreef het boek The God Delusion. Hij wordt zeer gehaat op het College. Toch heb ik zijn boek gelezen. Ik vond wat hij schreef kleinerend en ridicuul. ‘Schoenmaker blijf bij je leest,’ denk ik dan.

Ik ben toen zo kwaad geworden dat ik de volgende zondag mee naar de mis ging. Dat was een fantastische eucharistieviering! Die priester kon ongelooflijk preken en bracht alle teksten in verband met het dagelijks leven van de mensen. De kerkdienst is een moment om je even te bezinnen, maar de volgende dagen moeten we het evangelie doén. Bij het buitengaan kregen we daarom een briefje met daarop drie vragen. Daarover konden we de rest van de week nadenken. Ge-wel-dig… Daarom ben ik ook teruggegaan naar die kerk. Daarna maakte ik samen met mijn gezin een spirituele toer doorheen Engeland en schreef ik zes brieven aan mijn kleinkinderen met alles wat ik had meegemaakt. Ik heb die brieven voorgelezen aan mijn kinderen. We hebben daarover samen gepraat en ze zijn ginder zelfs mee geweest naar de mis. Ze zegden zelf ook: ‘Mama, als we zo’n kerkdiensten thuis ook maar hadden!’

Heb je nu je spirituele weg gevonden?

Ik heb mijn spiritualiteit nog niet geïntegreerd, het blijft een zoektocht. Ik merk hoe die natuurelementen ook in het katholieke geloof aanwezig zijn. Mijn beide ouders waren zeer gelovig en we gingen elke zondag naar de kerk. We baden voor het eten. Dat deden we ook in het College. Say grace, werd dat genoemd. Ik had voordien nooit de link gelegd tussen dat gebedje thuis en de natuur danken voor het eten dat vandaag op tafel staat. Terwijl het om exact hetzelfde gaat!

Nu beseffen mijn kinderen beter waar ons voedsel vandaan komt. Het is niet Delhaize, maar de natuur die daarvoor zorgt.

Dankzij mijn college-ervaring bid ik nu weer voor het eten, ook op zondagavond wanneer alle kinderen thuis komen. In het begin voelt dat wat ongemakkelijk, maar nu beseffen ze beter waar ons voedsel vandaan komt. Het is niet Delhaize, maar de natuur die daarvoor zorgt. Door dat gebedje probeer ik de link met de natuur te herstellen. Voordien heb ik nooit beseft hoe Kerstmis gelinkt is aan de winter en Pasen aan de lente. Ik miste het verband tussen de seizoenen en het kerkelijk jaar. Waarschijnlijk zijn er nog vele mensen die net zoals ik die linken tussen katholieke rituelen en de natuur kwijt zijn en beleven ze het geloof veel te intellectueel en te abstract.

Je bent nu directeur van SPES, een vzw die staat voor Spiritualiteit in Economie en Samenleving en helemaal vanuit katholieke wortels vertrekt…

Ik herken me daar wel in, niet zozeer in het personalisme waarop het steunt, als wel in het ecologische luik. Dat breng ik binnen op een spirituele manier. Luk Bouckaert zegt dat dat volledig verzoenbaar is met het personalisme en dus geloof ik hem (lacht).

Ecologie is soms te eenzijdig natuurgericht. Het menselijke aspect is even belangrijk maar heeft te lang teveel prioriteit gekregen.

Ik heb uiteraard over het personalisme gelezen. Die stroming is nogal mens-gericht en heeft een aantal goede kenmerken, maar de band met wat ons omgeeft, is helemaal weg. En die mis ik dus. Laudato Si is hoopvol en fantastisch, maar er wordt niets mee gedaan. Als je mens en natuur wil verzoenen, is die tekst ongelooflijk waardevol. Daarom geef ik die ook aan mijn studenten. De sociale dimensie is daarin zeer aanwezig. Ecologie is soms te eenzijdig natuurgericht. Het menselijke aspect is even belangrijk maar heeft te lang teveel prioriteit gekregen. De mens vindt dat hij God almachtig is en ervaart niet meer dat de natuur leeft.

Je hebt een hele tocht achter de rug van business naar het sociale naar het ecologische naar het spirituele. Wat wil je bij SPES bereiken?

Ik heb me altijd gegooid in alles wat ik deed. Je weet nooit waaraan je begint, maar als je niet begint, weet je het zeker nooit. Ik wil graag inspiratiemomenten aanbieden zoals ik die in South Devon heb mogen ervaren. Bij SPES vind ik zowel het denken als het doen terug. Mijn vader was professor aan de KULeuven en de UCLouvain. Van hem heb ik het denken, de nood aan kaders en de verklaringen. Mijn moeder was huisvrouw. Van haar heb ik het doen. Ik zal niet rusten vooraleer het werk gedaan is. Die beide luiken zijn ook de grote sterktes van SPES. Ik zie daar enerzijds de academische poot, die zeer sterk is en doet begrijpen waarom dingen belangrijk zijn en waar ze vandaan komen. Daarnaast heb je het doen, hoe je je spiritualiteit omzet in engagement. Daar zit voor mij het verschil met andere opleidingen rond spiritualiteit. Die zijn vaak bezig met persoonlijke ontwikkeling. SPES focust ook op engagement in de samenleving. Dat kan ecologisch zijn, sociaal of economisch.

Wat je met je hoofd weet, moet je integreren in je hart.

Daarnaast is het internationaal netwerk van SPES heel sterk. Dat is een ongelooflijke fundering waarop ik verder kan bouwen. Ik speel met de idee om op termijn ook een soort Schumacher-opleiding aan te bieden. In South Devon staat het ecologische aspect centraal, hier zou het spirituele aspect de rode draad zijn. Heart – head – hands education was top in het College. Wat je met je hoofd weet, moet je integreren in je hart. Daarnaast is het belangrijk om ook met je handen te werken, bijvoorbeeld door te koken of te tuinieren. Ik denk daarom aan gesprekken tussen een denker en een doener rond een bepaald thema, of aan opleidingen waarbij jongeren inspiratie krijgen vanuit verschillende partnerinstellingen die SPES in de loop der jaren heeft opgebouwd.

Heb je een specifieke plek daarvoor in gedachten?

‘Don’t look for a place, the place will be calling you’, zeggen ze in South Devon. Voorlopig denken we meer aan een pop-up-aanpak. We willen dingen uitproberen, bijvoorbeeld zomercursussen, en kijken waar daar een markt voor is. We willen verder bouwen op onze heldere bronnen en dan een dieper traject lopen met jongeren op Europees of Belgisch vlak. Die internationale dimensie wil ik er graag bij, omdat onze SPES-partners overal zitten en we onze ogen open willen houden op het grotere geheel.

Interview en foto’s: Johan Van der Vloet

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here