VRT-reporter Stefan Blommaert zoekt diepgang: ‘China is een droom voor een journalist’

0
61

Journalist Stefan Blommaert (60) zit niet bij de pakken neer. Terwijl zijn takenpakket aan de VRT de voorbije jaren sterk is uitgebreid, is hij al aan zijn vijfde boek toe: De eeuw van Xi gaat over het China onder huidig president Xi Jinping. Dat heeft Blommaert drie jaar lang – van 2012 tot 2015 – aan den lijve ondervonden. Of hij ondertussen al begint uit te kijken naar zijn pensioen? ‘Nee, ik zou deze job liever langer doen, maar als ambtenaar word ik over vier jaar buitengesjot.’

 Drie jaar lang heeft Blommaert gewoond en gewerkt in het verre China, een land dat bij velen tot de verbeelding spreekt, maar waarover ook veel mythes bestaan. Dat maakt China ook zo interessant, vindt de VRT-journalist. ‘Het beeld dat wij ervan hebben, loopt vijf tot tien jaar achter. China is al lang niet meer alleen de fabriek van de wereld. Oké, een groot deel van onze spullen zijn inderdaad ‘made in China’, maar het land is ook bezig met eigen research en innovatie. Op sommige vlakken staat het mijlenver voor op het Westen. Alles wordt er bijvoorbeeld met de smartphone betaald. Ze kijken je met grote ogen aan als je met een briefje afkomt.’

Het clichébeeld van China als ‘het oprukkend geel gevaar’. Is daar iets van aan? Moeten we oppassen dat de Chinezen onze economie niet overrompelen?

Ik vind dat we heel fel moeten oppassen. Als ze hier investeren of een bedrijf overnemen, moeten we grondig controleren wat ze van plan zijn. Maar ons afsluiten voor de Chinezen zou niet verstandig zijn. Diegenen die daarbij winnen, zijn de Chinezen zelf, want ze hebben alle mogelijke manieren om daarop een antwoord te bieden. Kijk naar het handelsconflict met de VS: de Chinese import krijgt tarieven opgelegd; de Chinezen reageren eveneens met hogere tarieven en tegelijkertijd zijn ze al gaan praten met de Brazilianen om eventueel van hen in de toekomst soja te kopen. Momenteel is de soja-export van de VS naar China enorm.

Dus Europa kan maar best niet te streng zijn voor China?

Europa heeft een plan uitgewerkt – een tienpuntenplan – waarmee het China wil counteren. Niet op dezelfde manier als Trump doet door heffingen in te voeren, maar door de Chinezen op de onrechtvaardigheid te wijzen in hun manier van zaken doen. Zij komen naar hier, richten bedrijven op en de rode loper wordt voor hen uitgerold. Denk maar aan Ali Baba in Luik. Maar als het puntje bij paaltje komt, is de winst voor onze bedrijven niet zo groot. Omgekeerd is het voor onze investeerders heel moeilijk om in China vaste voet aan de grond te krijgen. Ze moeten bijvoorbeeld hun technologie aan hun Chinese partners afgeven als ze er investeren.

Stefan Blommaert: ‘Ons afsluiten voor de Chinezen zou niet verstandig zijn. Diegenen die daarbij winnen, zijn de Chinezen zelf, want ze hebben alle mogelijke manieren om daarop een antwoord te bieden.’

China verandert volop op economisch vlak. Evolueert de politiek mee?

Nee, van vrijheden, mensenrechten en economie is allemaal niets in huis gekomen. Er waren experts die dachten dat het zou verbeteren bij het aantreden van Xi Jinping, door zijn verleden. Hij heeft namelijk zelf geleden tijdens de Culturele Revolutie; zijn vader, lang een medestander van Mao, was in ongenade gevallen. Xi werd weggestuurd naar het platteland om er dwangarbeid te verrichten. Hij heeft daar volgens de overlevering heel lang in een grot gewoond die, tussen haakjes, nu een toeristische bezienswaardigheid is geworden. Je zou denken dat zo iemand misschien wat kritischer staat tegenover de partij, of wat soepelere ideeën heeft… Niet dus.

De Chinezen worden dag in, dag uit gevolgd door slimme camera’s met gezichtsherkenning.

Hij ging zeer autoritair optreden. Hij heeft de greep van de communistische partij tijdens de afgelopen zeven jaar waarin hij partijleider en president is, alleen maar versterkt. De politieke situatie is verslechterd. Kritiek op het systeem wordt steeds moeilijker. Het internet wordt alsmaar meer dichtgeschroefd. Iedereen moet in de pas lopen. De Chinezen worden dag in, dag uit gevolgd door slimme camera’s met gezichtsherkenning. Nu staan er 170 miljoen camera’s in China. Binnen een paar jaar mikken ze op 400 miljoen. Da’s een camera per drie Chinezen.

Heeft China dan geen privacywetgeving?

Privacy bestaat er niet. De communistische partij zit ook overal: in het leger, bedrijven, publieke diensten, … Ook bij mensen thuis. In appartementsgebouwen heb je een vertegenwoordiger die moet opletten wat er allemaal gebeurt. Ze willen zelfs per individu een soort rapport uitwerken. Op het einde van het jaar krijg je dan punten op 10 of op 20: ‘Je hebt die verkeersovertredingen gemaakt, je bent naar die plekken geweest, je hebt die mensen ontmoet…’ Met het rapport – het ‘social credit system’ noemen ze het – wordt bepaald of je al dan niet een lening krijgt, mag studeren, recht hebt op een paspoort, …

En mensen pikken dat?

Er is een ongeschreven deal, laat ons zeggen, tussen de overheid en de bevolking. De bevolking zegt: ‘Overheid, jij moet ervoor zorgen dat mijn levensstandaard verbetert, dan houd ik mijn mond.’ Da’s wat de overheid wil en in de praktijk gebeurt dat ook. Natuurlijk heb je ook kritische mensen en mensen die morren. Maar dat wordt allemaal gecontroleerd.

Er zijn honderdduizenden ambtenaren voor Binnenlandse Zaken – volgens sommigen zelfs twee miljoen – die zich bezighouden met het controleren van berichtjes.

Als je bijvoorbeeld op het internet negatieve zaken over de overheid vertelt, kun je last krijgen. In het beste geval wordt het gewoon gewist. In het slechtste geval word je opgepakt en kom je in de gevangenis terecht. Er zijn honderdduizenden ambtenaren voor Binnenlandse Zaken – volgens sommigen zelfs twee miljoen – die zich bezighouden met het controleren van berichtjes. Vandaar dat Facebook en Twitter er niet zijn toegelaten. Daar hebben ze geen vat op. Ze hebben hun eigen sociale netwerken en die worden gecontroleerd door zoekrobots. Berichten met gevoelige trefwoorden worden uitgelicht. En als dat kritische berichten blijken te zijn, wordt de verzender ervan ondervraagd.

Afgetapte telefoon

Hoe was het om als journalist daar te werken? Werd u als journalist vaak gecontroleerd?

Boeiend, maar ja, af en toe hadden we er mee te maken. We hebben bewijzen gevonden dat onze telefoon op het kantoor werd afgeluisterd. En tijdens het maken van reportages werden we af en toe gedwarsboomd door mannetjes of vrouwtjes van de partij. Vaak ging dat dan over gevoelige onderwerpen, soms ook helemaal niet. Ik herinner me bijvoorbeeld dat we een reportage maakten over een privéweeshuis. Oké, misschien lag het een beetje moeilijk omdat de overheid niet graag heeft dat een weeshuis in privéhanden is, maar eigenlijk was het niet zo’n gevoelig onderwerp. Toch hebben we last gehad en kwamen er plaatselijke partijen ons interview verstoren en onze reportage verhinderen. Vroeger, toen ik in de Sovjet-Unie werkte, heb ik dat ook nog meegemaakt. Maar in China is het nog strenger.

Woonde u graag in China?

Ja, het was heel boeiend. Elke dag kwam ik situaties tegen die voor een journalist interessant zijn. Onze lijst voorstellen was altijd langer dan we ooit konden plaatsen. Da’s de droom van een journalist: een land in volle ontwikkeling waar we in het Westen nog maar weinig over weten. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn beslissing om daarheen te gaan.

Kon u er gemakkelijk vrienden maken?

Nee, het is niet evident om bij Chinezen door te dringen. In Rusland, bijvoorbeeld, had ik toch wel een serieuze vriendenkring onder de Russen. Ik heb er zelfs vrienden voor het leven gemaakt. In China is dat moeilijker. Dat heeft te maken met een soort van reserve die eigen is aan de Chinezen. Bij een eerste oppervlakkig contact zullen ze niet zo vlot zijn in de omgang, vooral bij buitenlanders, want daar komt nog eens een taalbarrière bij. Ik heb wel wat Chinees geleerd, maar dat heeft nooit het huis-tuin-en-keuken-Chinees overschreden; het was onvoldoende om rechtstreekse gesprekken te voeren.

Eens je doordringt en bevriend raakt met Chinezen, is het wel zeer aangenaam.

Gelukkig had ik een uitstekende medewerker die als vertaler optrad. Hij was de go-between. Dat maakte alles makkelijker. In ieder geval: eens je doordringt en bevriend raakt met Chinezen, is het wel zeer aangenaam. Bij mij is dat vooral in mijn werksfeer gebeurd. Mijn medewerker is een hele goeie vriend geworden, verschillende cameramensen en producers zijn vrienden geworden… Maar het is een beetje beperkt gebleven tot die kring.

Grotere workload, minder diepgang

U lijkt wel een bijzondere interesse te hebben in dictaturen. Rusland, het oude Oost-Europa, China, … Heeft dat met uw opvoeding te maken, als zoon van Holocaust-overlevende Regine Beer?

Nee, ik ben er eigenlijk ingerold. Ik ben mijn buitenlandse specialisatie begonnen met Oost-Europa. Dat waren dictaturen. Sommige waren heel erg, zoals Albanië. Daarna ben ik geswitcht naar China omdat mijn bazen vijftien jaar geleden vonden dat Oost-Europa niet meer interessant was, ‘want het ging daar de goeie richting uit’. Ze hebben zich deerlijk vergist, maar bon, China was gewoon interessant. Er waren toen ook wel indicatoren dat er politieke openheid zou komen. Maar da’s niet gebleken.

Vrijheden zijn voor ons ingebakken in ons leven. Maar de doorsnee-Chinees heeft daar geen ervaring mee.

En nu ben ik weer bezig met een dictatuur, of op zijn minst met een zeer autoritair regime, want er is wel nog een groot verschil tussen China en Noord-Korea. Da’s echt een afschuwelijk regime, terwijl de meeste Chinezen, als ze meelopen in het hele systeem, eigenlijk wel een goed leven hebben. Vanuit ons oogpunt ligt dat anders: vrijheden zijn voor ons ingebakken in ons leven. Maar de doorsnee-Chinees heeft daar geen ervaring mee. Ik moet oppassen wat ik nu zeg, maar heel veel Chinezen hebben niet dat verlangen naar vrijheid. Ze hebben er doorheen hun geschiedenis weinig mee te maken gehad. Tijdens het Keizerrijk was er geen democratie, daarna kwam de burgeroorlog en toen werd de Volksrepubliek gesticht. Bon, wij moeten ook niet te hoog van onze toren blazen, want onze vrijheden evolueren voortdurend. Onze maatschappij is helemaal anders dan twintig of dertig jaar geleden. Op vlak van homorechten, vrouwenrechten, …

Hoe bent u in de journalistiek geïnteresseerd geraakt?

Oh, dat gebeurde op de unief. Toen was ik al bezig met schrijven in krantjes, enzovoort. Daarna heb ik samen met Jan Balliauw (nvdr: hij is VRT-reporter voor Het Journaal in Moskou), en een tiental anderen, in 1980 een vrije radio opgericht. We hielden ons vooral bezig met het lokale nieuws, maar waren ook geïnteresseerd in nationale en internationale kwesties. Polen was toen in volle ontwikkeling met de vakbondssolidariteit – daar hebben we een reportage over gemaakt. Toen ik aan de VRT begon, dacht ik: ik wil dat volgen. Het eerste jaar is daar wel nog niet veel van in huis gekomen, want toen was er nog niet zo’n uitgebreide buitenlandberichtgeving. Het buitenlandnieuws werd gewoon overgenomen van de agentschappen. Eigen reportages kwamen zeer zelden voor, tenzij het over een Europese of NAVO-top ging. Pas later, vanaf ‘88-’89, bij de stichting van VTM, gingen we meer onze buitenlandberichtgeving uitbreiden. ‘89 was voor mij een fantastisch jaar, met al die revoluties…

Is die focus op buitenlands nieuws gebleven sindsdien?

Er is een periode geweest, vijftien jaar geleden ongeveer, dat de focus heel erg verschoof naar binnenlands nieuws, en dan vooral het lichte binnenlandse nieuws. Dat voelden we wel op de buitenlandredactie. We konden minder doen, en met minder diepgang. Maar dat is de laatste tijd toch wel wat verbeterd. Het kan nog beter, maar goed.

Hoe is de journalistiek in het algemeen veranderd over de jaren heen?

De journalistiek verandert voortdurend. Alleen al op vlak van workload. Toen ik begon, hadden we één journaal per dag – en dan nog een laat journaal, maar dat was gewoon een samenvatting van het hoofdjournaal. We konden dus de hele dag aan ons onderwerp werken. Nu hebben we niet alleen vier journaals per dag, bovendien werken we ook online. En we moeten met sociale netwerken bezig zijn. Nu ja, ik ben altijd wel een technologieliefhebber geweest, dus ik heb er zo geen problemen mee. Maar het neemt allemaal tijd in beslag, natuurlijk, en dat gaat ten koste van de diepgang. De laatste tijd krijgen we wel meer en meer ruimte om gewoon met onze specialisatie bezig te zijn.

Stefan Blommaert: ‘Ik ben niet zo iemand die ‘s avonds de trein naar huis neemt en vanaf dan helemaal niet meer bezig is met het werk. Ik ben er voortdurend mee bezig.’

Enthousiast blijven

Waar geniet u het meest van als journalist?

Nieuwe dingen ontdekken… Je moet als journalist altijd verwonderd blijven. Het ergste dat je kan overkomen is dat je op een bepaald moment zegt: ‘Ik heb alles al gehad’. Dat is niet zo. Je komt altijd nieuwe dingen tegen. Je moet gewoon enthousiast blijven.

Wat doet u graag in uw vrije tijd?

Mijn vrije tijd is ook tijd voor mijn werk. Heel vaak, als ik tijd maak om te lezen, zijn dat vakboeken over China of Oost-Europa. Wandelen in de stad doe ik ook graag. Ik ben geen grote natuurliefhebber.

Gaat u vaak op reis?

Ja, maar tegenwoordig ga ik meestal naar de Balkan, omdat mijn familie vandaar is. Toen mijn twee oudste zonen jonger waren, gingen we wel vaak op vakantie met hen naar andere Europese bestemmingen, zoals Griekenland. Maar de laatste tijd is dat veel minder. Ze zijn volwassen nu.

Waar wordt u echt gelukkig van?

Goed eten en drinken. Iets met chocolade staat me altijd wel aan… Afijn, over het algemeen even alles uitzetten. Een barbecue met vrienden vind ik bijvoorbeeld altijd fantastisch. En dan niet al te veel over het werk spreken, maar over de gewone dingen des levens. Pas op, over het werk spreken, vind ik ook niet erg. Dat is zo’n groot deel van mijn leven dat dat bij mij geen negatieve connotatie heeft. Ik ben niet zo iemand die ‘s avonds de trein naar huis neemt en vanaf dan helemaal niet meer bezig is met het werk. Ik ben er voortdurend mee bezig. Zeker nu met de smartphonetechnologie. Je krijgt constant impulsen.

Gaat de gsm nooit uit?

Nooit, zelfs ‘s nachts niet. Want als je dat een keer doet, gebeurt er iets. Dat heb ik eens meegemaakt met nieuwjaar. Ik wou me 100% op mijn vrienden concentreren, dus ik had mijn gsm afgezet. En dan was er een aanslag op een nachtclub in Turkije waar ze me graag naartoe wilden sturen. Da’s Murphy, natuurlijk.

Kijkt u uit naar uw pensioen?

Nee, niet echt. Ik ben nog gezond en mits ik deze job graag doe, zou ik hem liever langer doen. Maar als ambtenaar word ik over vier jaar buitengesjot.Dat is de normale gang van zaken in een openbare dienst, en er staan natuurlijk jonge mensen klaar om mijn plaats in te nemen.

Is er iets dat u echt nog wil waarmaken?

Mijn dochtertje een goede opvoeding geven. Wanneer ik op pensioen ga, zal ze naar de lagere school gaan en zal ik me me veel meer met haar kunnen bezighouden. Verder heb ik in die vier jaar voor mijn pensioen geen grootse plannen meer. Zien wat er gebeurt en vooral: enthousiast blijven.

Interview: Julie Putseys
Foto’s © Stefan Blommaert

Stefan Blommaert, De eeuw van Xi, Uitgeverij Polis, Antwerpen, 2019, 304 p.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here