Waarom volksdevotie nog steeds b(l)oeit

0
9

Waarom doet de volksdevotie het zo goed in een tijd van afkalvend christendom? De institutionele grenzen van de oude religie brokkelen verder af en toch blijft zoiets – op het eerste gezicht – broos als volksdevotie voortbestaan. Hoe is dat mogelijk? Hans Geybels kun je met recht en reden een volksdevotie-watcher noemen. De voormalige woordvoerder van kardinaal Danneels geeft zijn visie op dit merkwaardige fenomeen. De kern van zijn betoog: volksdevotie sluit door zijn betrokkenheid op de persoonlijke noden van mensen verrassend goed aan bij onze postmoderne cultuur.

Heropleving van het religieuze

Hans Geybels: ‘Alhoewel velen nog spreken over secularisering, vind ik die analyse achterhaald. Onze tijd is niet overwegend geseculariseerd, integendeel zelfs: het religieuze is aan een heropleving toe. Wel kun je spreken van een detraditionalisering: klasseculturen die steeds in voeling waren met een of ander ‘groot verhaal’ – hét christendom, hét socialisme, hét liberalisme, … – brokkelen geleidelijk af. Hun vanouds overgeleverde taal, normen en gebruiken eroderen en glijden helemaal weg.

Mensen zijn niet langer afhankelijk van dat traditionele zingevingskader. Iedereen kan nu kiezen uit diverse waardeschalen, religies, vrijetijdsbestedingen, politieke stromingen en ga zo maar door. Naast die afwijzing van tradities zie ik ook een pluralisering: hoe meer mensen de traditionele ‘korsets’ afleggen, hoe vaker keuzevrijheid een optie wordt. De vrije markt speelt daarop in en biedt een waaier aan keuzemogelijkheden aan op alle terreinen van het leven, inclusief de levensbeschouwing.’

Persoonlijke motieven

Volgens Geybels sluit de volksdevotie aan bij die beleving. Toch zit daarin een paradox: het Vaticaan vindt dat net de elementen die in de volksdevotie zo belangrijk zijn en zo vrij geïnterpreteerd worden, bijgestuurd moeten worden. Waarom? Wat loopt er dan fout?

‘Het gaat om een waaier aan rituele gebruiken die zo kenmerkend zijn voor de volksdevotie: relikwieën, heilige voorwerpen en beelden aanraken en kussen, processies houden, op je blote voeten of je knieën bewegen, welomschreven trajecten op een speciale manier afleggen, kaarsen, geld en andere votiefgaven offeren, rond cultusplaatsen en -objecten lopen, medailles en scapulieren dragen als talismannen of amuletten, gezegende voorwerpen gebruiken, bijzondere gewaden dragen… De kerk wil dat die gebruiken verbonden zijn met geloof. Dat laatste is natuurlijk niet zo eenvoudig te bepalen. In de volksdevotie is er altijd wel een innerlijke component om die rituelen uit te voeren, maar de kerk vindt die individuele motivatie niet altijd even ‘katholiek’. De motivatie is meestal het bekomen van een gunst of minstens het bidden voor een persoonlijke casus. Als dat wegvalt, voelt het voor velen nogal koud.’

In de volksdevotie is er altijd wel een innerlijke component om die rituelen uit te voeren, maar de kerk vindt die individuele motivatie niet altijd even ‘katholiek’.

Er is ook iets bijzonders met de rituelen in de volksdevotie. Die zijn sterk op de persoon betrokken, wat dus ook meteen heel postmodern is. Geybels: ‘Er is een grote gevoeligheid voor rituelen. Meestal moeten die door een gewijde bedienaar uitgevoerd worden, maar er is een parallel circuit waarbij de mensen zelf nauwgezet rituelen uitvoeren die ze binnen hun plaatselijke cultuur via een mondelinge traditie overgeleverd kregen. De volksdevotie creëert ook nieuwe rituelen of erkent snel iets als een ritueel. Zo is er bijvoorbeeld het Gebed tot het Heilig Hart: “ ‘Dat het Heilig Hart van Jezus aanbeden, gezegend en geheiligd wordt door heel de wereld in de eeuwen der eeuwen, amen.’ Zeg dit gebed zesmaal per dag gedurende negen dagen en uw gebeden zullen verhoord worden, zelfs indien dat onmogelijk lijkt.”

In de meeste gevallen komt men bidden en offeren voor persoonlijke noden. Gezondheid spant over het algemeen de kroon. Van het bekende gebed van Keizer Karel of het begin van het Sint-Jansevangelie tot de ‘Peerdenpaternoster’ van Wannes Raps uit het gelijknamige boek van Ernest Claes, van de ontelbare ‘gevonden’ gebeden tot de specifieke devotiegebeden voor al even ontelbare engelen en heiligen: het gamma is onuitputtelijk. Vanuit theologisch standpunt zijn vele van die gebeden op zijn minst bedenkelijk te noemen. Maar het succes van vele ‘volksgebeden’ is net te verklaren door de directe taal, het centraal stellen van de smeekbede, de overdrijving, de herhaling en dies meer.’

Beelden en plaatsen

De volksdevotie is ook een zeer visuele cultuur. ‘Eigenlijk wil men alle zintuigen prikkelen, maar het visuele is van primordiaal belang: beelden, processies, vanen, decoraties, … Terwijl de kerken soberder geworden zijn, heeft de volksdevotie een voorkeur voor talrijke beelden en aankledingen. Dat er in een kapel vier beelden van Onze-Lieve-Vrouw staan, wordt helemaal niet als problematisch ervaren.’

Naast de door de kerk erkende cultusplaatsen gaan mensen naar tal van niet-erkende cultusplaatsen.

En dan zijn er nog de plaatsen van de volksdevotie: ‘De kerkelijke autoriteiten laten enkele plaatsen buiten het kerkgebouw toe in het kader van volksvroomheid: het huis, de leef- en werkomgeving en ten slotte straten en pleinen onder bepaalde condities. De cultus in de strikte zin van het woord is eigenlijk haast uitsluitend toegelaten in kerken, erkende kapellen en heiligdommen. Ook hier laat de praktijk van de volksdevotie zich helemaal niet binden aan een welomschreven locatie. Naast de door de kerk erkende cultusplaatsen gaan mensen naar tal van niet-erkende cultusplaatsen, meestal kapellen of – wel veel zeldzamer – natuurlijke elementen zoals bronnen en bomen. Er bestaat ook zoiets als latente devotie. Omwille van een schaamtegevoel trekken vele mensen naar afgelegen kapelletjes om er te bidden of rituelen te voltrekken. Op die door henzelf gekozen locatie kunnen ze anoniem hun devotie beleven. Niet zelden gaat het om cultusplaatsjes die wat afgelegen liggen, vaak in een bos.’

Bijzondere tijden

En nog een laatste postmodern kenmerk: volksdevotie is niet gebonden aan bepaalde tijden. ‘In de volksdevotie geniet je niet alleen veel vrijheid bij het kiezen van de cultusplaats, maar ook van de tijd. Je bent niet gebonden aan het strikte uur van bijvoorbeeld de zondagse eucharistie op je eigen parochie. Vele mensen ervaren het bijwonen van de eucharistie niet zelden als niet-verplicht. Daarom voelen ze zich ook niet gebonden aan de misuren van het heiligdom. Ze lopen er even binnen om te bidden, een kaars te ontsteken en dies meer. Het heiligdom of de cultusplaats die ze uitkiezen, is meestal toch de ganse dag toegankelijk. Dat je ‘je devoties’ kunt doen wanneer je wil, sluit perfect aan bij de postmoderne gevoeligheid van de mens die zijn agenda volledig zelf wil bepalen.’

Geloofservaring

Zegt hij nu eigenlijk dat de volksdevotie een soort protest is tegen de al te abstracte God van de kerk en de theologie? ‘Inderdaad: het centrale gegeven van volksdevotie is de aandacht voor de bijzondere noden. De officiële kerkelijke instanties en dito liturgie slaagt er sinds de Oudheid niet meer in om in haar liturgie even plaats te maken voor die persoonlijke noden van de meerderheid van de gelovigen. Die verbinden deze namelijk met wonderen en genezingen. Ook na het Tweede Vaticaanse Concilie is de kerk er niet in geslaagd om meer aansluiting te vinden bij de geloofservaring van ‘het volk’. Neem nu de voorbeden: na een eeuwenlange afwezigheid maakte de voorbede opnieuw haar intrede bij de liturgievernieuwing. Het is de plek par excellencewaar de noden van de bijeengekomen geloofsgemeenschap aan bod zouden kunnen komen.

Alweer blijven de zieke tantes en nonkels, de verongelukte kinderen, de gebroken gezinnen en de niet-geslaagde studenten in de kou staan. Nochtans branden de meeste kaarsen voor hen en niet voor de hoeders van de kerk en de leiders van de wereld.

Maar wat zien we? Ze bestaat uit een opeenvolging van een viertal geprefabriceerde, als abstract ervaren smeekbeden: voor de noden van de kerk, de wereldnoden, bepaalde groepen in kerk en wereld en ten slotte voor de noden van de lokale gemeenschap. Alweer blijven de zieke tantes en nonkels, de verongelukte kinderen, de gebroken gezinnen en de niet-geslaagde studenten in de kou staan. Nochtans branden de meeste kaarsen voor hen en niet voor de hoeders van de kerk en de leiders van de wereld. Die observatie is zeker niet verwijtend bedoeld, maar verklaart wel mee het succes van de volksdevotie op de golven van de postmoderne cultuur.’

Tekst en coverfoto: Hans Geybels

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here